× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     

De Bij als symbool

De bij wordt als symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, ordening en organisatie, reinheid en zuiverheid, de ziel, maagdelijkheid en kuisheid, omdat men vroeger meende, dat de bij zich ongeslachtelijk voortplantte. In oude mythen brengen bijen hemelse gaven naar de aarde; de honing geldt ook als de offergave, bestemd voor de meest verheven goden. Bijen verbeelden de sterren aan de hemel, of worden aangezien voor gevleugelde boodschappers die berichten van de aarde naar de hemelsferen overbrengen. Hier en daar bestaat de uitdrukking: 'Dit moeten we de bijen vertellen...': daarmee wordt bedoeld, dat een belangrijke gebeurtenis als een gebed of een boodschap naar de hemelse geesten moet worden overgebracht.

Bij de Chinezen waren de bijen het symbool van arbeidzaamheid en spaarzaamheid.

Bij de Egyptenaren waren zij 'levengevers'; vandaar dat zij symbool waren voor geboorte, dood en wederopstanding; de tranen van de zonnegod, die op de aarde terechtkwamen, veranderden in werkbijen.

Bij de joodse sekte der Essenen werden de bijen beschouwd als priesterlijke ambtenaren.

Bij de Grieken symboliseerden ze ijver en welstand; daarnaast onsterfelijkheid (omdat men geloofde, dat de ziel van een gestorven mens in een bij kon binnengaan); reinheid: de godin Demeter had als eretitel: 'reine moederbij'; soms werd ze ook wel als bijenkoningin betiteld en de priesteressen droegen dan de titel 'melissa's' (= honingbijen); de Pythia in Delphi heette ook wel de 'Bij van Delphi'; daarnaast waren de bijen ook de Vogels der Muzen: zij werden dus ook gezien als de inspiratie voor de kunstenaars; van Zeus wordt verteld dat hij in een bijengrot is geboren en door bijen is grootgebracht; soms is de bij ook de bezorger van de liefde: ze zwermen rond Cupido die door een bij is gestoken (variant voor de beroemde pijl...!).

Bij de Hindoes vormt de bij gezeten op een lotusbloem het symbool voor Vishnoe, de alomtegenwoordige godheid; blauwe bijen op het voorhoofd zijn symbool van Krishna; ook hier worden bijen in verband gebracht met liefde.

In de wereld van de Islam worden de gelovigen wel als bijen afgebeeld; daarnaast is de bij ook symbool van de intelligentie, de wijsheid en de onschuld; bijen zijn nuttig, maken gebruik van de vruchtbaarheid, werken overdag, verbruiken zelf niets, verafschuwen vuiligheid en achterklap en zijn gehoorzaam aan de heerser(es); zij haten het duister van de onbescheidenheid, de wolken van de twijfel, de storm van de opstand, de sluier van wat verboden is, het water van de overvloed, en het vuur van de lust, aldus de mohammedaanse denker Ibn al-Athir.

Bij de Kelten geldt de bij als symbool van een geheime wijsheid, die afkomstig is uit een andere wereld.

Bij de Romeinen zijn bijenzwermen voorboden van ongeluk, maar volgens de romeinse dichter Vergilius is de bij de adem van het leven; de politicus Seneca moet bij bijen denken aan democratie.

In de christelijke cultuur is de bij symbool van de ijver, van ordening en organisatie en van reinheid; van kuise maagden, moed, gezond verstand, samenwerking, zoetheid, gelovig kunnen spreken; van de goed georganiseerde geloofsgemeenschap; de bij was symbool voor de maagdelijkheid van Maria die Christus heeft voortgebracht: hier wordt Christus dan weer vergeleken met hemelse honing; van de bij geloofde men, dat zij nooit sliep, zodat ze ook symbool werd van de waakzaamheid en van de geloofsijver der christenen; omdat de bij door de lucht vliegt werd zij ook gezien als belichaming van de ziel die naar de hemel opvliegt om er binnen te gaan.

In de christelijke kunst worden minstens drie heiligen afgebeeld met een bijenkorf:

1. Verreweg het vaakste vindt men de bijenkorf bij Ambrosius, bisschop van Milaan († 397; feestdag: 7 december, de dag van zijn bisschopswijding in het jaar 374; hij stierf op 4 april); hij was beroemd om zijn honingzoete preken; ook de betekenis van zijn naam doet daaraan denken: 'vol van amber (= godenspijs)': hij heeft de bijenkorf als attribuut dus te danken aan zijn preekkunst.

Legende

In de tijd, dat de dienaar Gods, Ambrosius, nog maar een kind was, openbaarde zich de hand van de Heer.

Op een dag - aldus de legende - werd hij als baby in zijn wiegje buiten in de tuin van zijn vader's ambtswoning gezet. Het kind sliep met de mond open. Plotseling kwam er een zwerm bijen aangevlogen en ging over zijn hele gezicht zitten. De bijen vlogen zelfs zijn mond in en uit. Op dat moment het kind toevertrouwd aan de zorgen van het kindermeisje. Zijn vader maakte juist een wandelingetje in de tuin samen met zijn vrouw of met zijn dochter. Het kindermeisje kwam in paniek aangehold. Toen vader in allerijl kwam kijken, verbood hij haar de bijen weg te jagen. Hij was namelijk bang dat ze het kind dan weleens kwaad zouden kunnen doen. Tegelijk was hij als liefhebbende vader nieuwsgierig hoe dit wonder zou aflopen. Na een poosje vlogen de bijen weer weg. Ze gingen zo hoog de lucht in, dat ze met het blote oog niet meer te zien waren. De vader was verbluft en sprak: "Als dit kind in leven blijft, zal er iets heel groots uit hem groeien."

Zo moest vervuld worden wat geschreven staat: "Wijze woorden zijn als honingraat."

Het was namelijk de zwerm bijen die ervoor gezorgd heeft, dat wij nu zulke mooie geschriften van hem bezitten, waarin zo prachtig de hemelse vreugde wordt bezongen en die de geest van de mensen weten te verheffen van het aardse naar het hemelse.

Overigens komen we in de Griekse mythologie ditzelfde gegeven tegen bij Pindarus. Als jongen was deze Pindarus eens onderweg naar Thepsiae. Het was hoogzomer, en op het heetst van de dag werd hij door vermoeidheid en slaap overvallen. Daarom ging hij gewoon even in de berm langs de weg liggen. Maar in zijn slaap kwamen er bijen aangevlogen; ze bleven enige tijd zitten en toen ze weer wegvlogen, lieten ze honingzoete was op zijn lippen achter. Zo komt het dat van dat ogenblik af Pindarus liederen begon te maken.

[123p:143]

Hetzelfde geldt voor de andere twee:

2. Bernardus van Clairvaux, abt († 1153; feestdag: 20 augustus);

3. Johannes Chrysostomus, bisschop en beroemd predikant te Constantinopel († 407; feestdag 14 oktober); zijn bijnaam duidt op zijn welsprekendheid, want het griekse woord 'chryso-stomos' betekent 'gulden-mond'.

Zie ook Tenenan van Pol-de-Léon en Juan.

Ook in andere culturen komt de 'bij' in namen voor: Apio (Latijn), Biene (Duits), Imme (Duits/Nederlands), Melissa of Melitt(in)a (Grieks).
Zie ook Melissa.

© A. van den Akker s.j.