× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 8e eeuw  Pesandus van Schotland

Pesandus (ook Pindie of Spindie) van Schotland, Rosemarkie(?), Schotland; 8e eeuw.

Feest ? ...onbekend... daarom geplaats op 1 november: Allerheiligen.

Volgens zeggen was hij een gezel van Curitan van Schotland. Zijn naam vinden we nog terug in het Schotse plaatsje Kilspindie.

In zijn geschiedenis van Engeland schrijft Beda de Eerbiedwaardige ( 735; feest 25 mei), dat koning Nechtan mac Derile in 710 aan abt Ceolfried van Wearmouth ( 716; feest 25 september) om geloofsverkondigers vroeg, die zijn Picten tot de Romeinse manier van geloven konden bijbrengen. Dat was immers destijds afgesproken op de beroemde Synode van Whitby (664). Met name wenste hij een kerk 'in de Romeinse trant', die hij aan Sint Petrus wilde toewijden. De Picten bevolkten in die tijd het gebied van het huidige Schotland. Naar het schijnt behoorde tot de uitverkorenen ene Curitan of Kritinus, zelf een Pict van geboorte; hij was de Romeinse manier van geloven toegedaan; dat moge al blijken uit het feit dat hij zijn naam veranderd had in Bonifatius.

Deze naam zorgde in het verleden voor veel verwarring. Zo veronderstelde men zelfs dat Bonifatius van joodse origine was en het later tot paus zou hebben gebracht. Om de een of andere reden zou hij dan later weer afgetreden zijn. Geschiedschrijvers en hagiografen uit de middeleeuwen maakten zijn verhaal almaar mooier: hij zou een belangrijke rol hebben gespeeld in het conflict tussen de christenen die hun geloof op de Keltische manier wilden blijven uitoefenen enerzijds en anderzijds de christenen die zich bij de Romeinse trant wilden aansluiten. Zo zou hij op de beroemde Synode van Birr in 697 aan de kant hebben gestaan van grote mannen als koning Bruide en abt Adamnan van Iona ( 704; feest 23 september).

Hoe dit zij, volgens de traditie kwam Curitan per schip met een aantal gezellen naar zijn vaderland, voer de Tay op en zette voet aan land te Invergowrie aan de monding van een klein riviertje, de Gobriat. Daar bouwden ze een kerkje. Tegenwoordig is er nog de rune van een veel later bouwwerk te zien. De platte steen, die er vroeger stond, bevindt zich tegenwoordig in het National Museum of Anitiquities te Edinborough; er zijn drie mannetjes op te zien: Curitan en twee gezellen?

Er is een plaatselijke sage die de herkomst probeert te verklaren van de grotere zogeheten 'Greystane' of 'Paddock Steen', die daar in het land ligt. Toen de duivel zag, hoe Curitan de Tay kwam opvaren probeerde hij hem tegen te houden. Hij slingerde twee geweldige stenen in zijn richting: de ene kwam in de rivier terecht en vormt daarin nog een eilandje; de andere kwam neer op het land en is tot op de dag van vandaag nog te bezichtigen als de 'Greystane'.

Van Invergowrie trok Curdy, zoals de heilige ter plaatse liefkozend wordt genoemd, verder langs de Carse om bij koning Nechtan zijn opwachting te maken. Daarna moet hij teruggekeerd zijn richting Strathmore om er Restenneth te stichten. De meeste geleerden gaan ervan uit dat Curitan op die plek de door de koning gevraagde 'Romeinse kerk' heeft gebouwd. In ieder geval heette het daar sindsdien Egglespether (= 'kerk van Petrus'). Vijftig jaar eerder was daar in de buurt de veldslag van Nechtansmere uitgevochten, waarbij de Angelen door de Picten in de pan waren gehakt en de koning der Angelen het leven had gelaten.

De bescheiden rune van klooster Restenneth bij Forfar zou wel eens terug kunnen gaan op de stichting door Curitan zelf. Immers de basisgedeelten van de toren stammen ongeveer uit het begin van de achtste eeuw. In later tijden werd het een augustijner abdij en kwam het te vallen onder de abdij van Jedburgh. Koning Alexander I had er allerlei kostbaarheden van Iona in veiligheid gebracht. De Engelsen verwoestten het tijdens de Onafhankelijkheidsoorlogen, het verviel tot een bouwval tijdens de Reformatie, maar werd vervolgens met zorg en liefde opnieuw opgebouwd en gerestaureerd.

Naar het schijnt is Curitan enige tijd op deze plek gebleven. Vervolgens trok hij naar het noorden en vestigde zich te Rosemarkie op de Black Isles. Daar herstelde hij het aan Sint Moluag toegewijde heiligdom. Naar het schijnt is Curitan gestorven te Rosemarkie.

Zijn herinnering leeft voort in plaatsnamen als Tobar Churadain (Glen Urquhart), Kilcurdy (Avoch) en Kingoodie (later genaamd Kill-curdy, Invergowrie); in Inverness-shire zijn er verschillende plekken te vinden met de naam Cill-Churadain, Tobar-Churadain of Cladh-Churadain. Onder zijn naam Bonifatius had hij een kapel te Forfar; ook in de kathedraal van Fortrose komen we sporen van hem tegen. Curitan doopte vele bestaande kerkjes om tot Sint-Petruskerken: daarvan getuigen nog de Sint-Petruskerkjes te Meigle, Fyvie, Peterhead en vele anderen; vaak hadden ze een Sint-Petrusbron.


Bronnen
[119p:59; Dries van den Akker s.j./1998.06.29]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen