× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1853  Jan Roothaan

Info afb.

Jan Roothaan sj, generaal der jezuïeten, Rome; † 1853.
Gedenkdag 8 mei.

Als Jan Philip Roothaan op 23 november 1785 geboren wordt in hartje Amsterdam leven we nog in de regententijd. Vier jaar later zal de Franse Revolutie alles op zijn kop zetten. En dat zal zelfs in de stilaan tot verval ingedutte Nederlanden doordreunen.
Als kind gaat Jan naar de Krijtbergkerk en is er misdienaar. Ooit werd die kerk bediend door de jezuïeten, maar die orde is al sinds 1773 door de paus officieel opgeheven. Pastoor Beckers is zo’n voormalige jezuïet. Hij zal Jan vertrouwd hebben gemaakt met de idealen en de spiritualiteit van Ignatius. Hij mag - zo jong als hij is - gelovigen bemoedigend toespreken. De pastoor heeft hem kennelijk ook verteld dat de orde weliswaar was opgeheven, maar dat keizerin Catharina van Rusland de jezuïeten nodig had om er goed onderwijs te verzorgen, en dat zij de opheffing in haar land niet heeft doorgevoerd. Daar bestond de orde nog. Op de middelbare school is Jan een uitstekende, plichtsgetrouwe leerling. Nuchter. Eenvoudig. Recht toe, recht aan. Als eindexamenleerling mag hij een rede houden in de Nieuwe Kerk. Zijn vervolgopleiding rondt hij glansrijk af. Cultureel gesproken leven we in de tijd van de romantiek, maar die is zo te zien volledig aan Jan voorbijgegaan.
Op zijn achttiende neemt hij de boot om uiteindelijk in Wit-Rusland bij de jezuïeten in te treden. Hij krijgt er zijn opleiding. Het verhaal wil dat zijn biechtvader daar hem voorspelt dat hij ooit algemeen overste van de orde zal zijn en dat dat veel leed met zich mee zal brengen. In die tijd beheerst Napoleon de politiek in Europa. In de Nederlanden mag één van zijn broers, Lodewijk-Napoleon, een tijdje koning zijn. Tot Napoleon vindt dat hij het niet goed genoeg doet. Dan worden de Nederlanden eenvoudig bij Frankrijk getrokken.
Intussen wordt Jan in 1812 priester gewijd. Zijn voornaamste taak is lesgeven, wat hij gewetensvol en gedegen doet. In Polen en Rusland begint Napoleon aan zijn rampzalige tocht op Moskou. Herhaaldelijk moeten de jezuïeten hun huizen verlaten, omdat er soldaten moeten worden ingekwartierd.
In 1814 wordt de jezuïetenorde weer officieel door de paus in het leven geroepen. Dat is maar goed ook, want enkele jaren later is Catharina de jezuïeten zat, en jaagt ze haar land uit.
Op de vlucht met veertien jonge jezuïetenstudenten trekt Jan de aandacht doordat hij bij het oversteken van de zes kilometer brede Pripetrivier zijn kalmte bewaart terwijl de sloep waar ze in zitten met de stroom wordt meegesleurd en dreigt te kapseizen.

In 1820 vinden we hem terug in het Zwitserse Brigg, waar hij doceert en in de vakanties retraites geeft en volksmissies preekt. Tussendoor fungeert hij als rechterhand van de provinciaals. In 1823 wordt hij benoemd tot rector van een studentenconvict, verbonden aan de universiteit van Turijn, een slangenkuil van belangen en intriges. Vanaf dat moment krijgt hij al maar meer bestuurlijke taken. In zijn brieven naar huis wenst hij zijn broer Albert geluk met zijn huwelijk, maar waarschuwt hem voor de rijkdom die hij om zich heen verzamelt. Albert is trots op zijn kunstverzameling. Tezamen met een zakenrelatie laat hij zich zelfs bij één van zijn kunstvoorwerpen door een gerenommeerd kunstenaar portretteren. Op een goed moment komt zijne majesteit de koning zelve een kijkje bij hem nemen. Bij een van zijn schaarse bezoeken aan Amsterdam wenst Jan zijn broer toe dat God die rijkdom van hem af zou nemen…

In 1829 wordt hij gekozen tot Algemeen Overste (‘Generaal’) van de jezuïetenorde. Vierenveertig jaar oud. Zelf schrijft hij jaren later (1840) in zijn dagboekaantekeningen: ‘Ik generaal der Sociëteit! Arme Sociëteit, tot welk een ontzettende ellende bent u vervallen met een generaal van dit formaat! Ook dit is een bewijs van de uiterste miserie, armoede en onwaardigheid van deze tijd. Een generaal van de Sociëteit als ik!’
In die functie neemt hij zich voor eenheid te brengen in de Sociëteit door aangepaste regelgeving en door Ignatius’ Geestelijke Oefeningen centraal te stellen in de spiritualiteit van de orde. Hij schrijft er een handleiding bij die meer dan een eeuw richtinggevend is geweest voor de geestelijke vorming van jezuïeten. Bovendien zendt hij honderden paters naar de missiegebieden. Als hem eens verweten wordt dat hij zijn beste krachten naar de verre gebieden in de missie stuurt, geeft hij te kennen dat hij daar inderdaad goed aan doet. Een betere bestemming voor zijn beste mensen zou hij niet weten te bedenken.
Maar dat gaat wel tegen de tijdgeest van liberalisme en opkomend individualisme. Aanhangers daarvan beginnen zich hoe langer hoe harder te verzetten tegen wat zij zien als de pretentie van geloof en godsdienst, die boven alles staan en waaraan ieder in geweten verantwoording schuldig is. In Italië komt daar het  streven naar politiek eenwording nog bij. Dat ideaal stuit herhaaldelijk op de kerkelijke staat in haar midden, die een obstakel is voor die politieke eenheid.

In 1846 treedt paus Pius IX († 1878; feest 7 februari) aan. Aanvankelijk geeft hij veel ruimte aan de geest van de nieuwe tijd. Roothaan is het met die beleidslijn niet eens, wat voor blijvende verwijdering zorgt tussen deze twee mannen die elkaar in vroeger tijden zeer genegen waren geweest. In 1849 komt de paus aan Pater Roothaan zeggen dat hij zijn veiligheid in Rome niet langer kan garanderen. Roothaan vlucht naar Marseille, en geeft van daaruit leiding aan de Sociëteit. In die jaren bezoekt hij zijn vaderland. Korte tijd daarna maakt hij Nederland tot een aparte jezuïetenprovincie: 19 mei 1850.
Het duurt niet lang of ook de paus moet Rome ontvluchten. Waarna hij zich terugtrekt in uiterst conservatieve stellingnames tegen de geest van de tijd. Hij zal straks de paus zijn van het dogma der onfeilbaarheid (1870).

Intussen weer in Rome teruggekeerd sterft pater Roothaan op 8 mei 1853. Paus Pius IX merkte op: ‘We verliezen een heilige, die we eigenlijk in deze tijd niet konden missen.’

Verering & Cultuur
Ondanks pogingen om hem zalig en heilig verklaard te krijgen zijn die bemoeienissen op niets uitgelopen. Hij is blijven steken op de lijst van ‘Dienaren Gods’. In zijn feestpredicatie op 8 mei 1998 merkt de Amsterdammer en parochiegenoot pater Alfons Grimberg († 2012) daarover op: ‘Roothaan heeft het in de kerk nooit verder gebracht dan ‘Dienaar Gods’. Misschien is dat maar goed ook. Want die titel past precies bij hem.’
In de jezuïetenorde wordt pater Jan Philip beschouwd als de Tweede Stichter van de Sociëteit.


Bronnen
[Gmk.1993; Tyl.1984; 217; Dr.J.van Heugten S.J. ‘Pater Roothaan in zijn Tijd’ Busum, Paul Brand, 1952; Dries van den Akker s.j./2015.08.05]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen