× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
90  Johannes voor de Latijnse Poort

Info afb.

Johannes voor de Latijnse Poort ('Sint-Jan-in-de-Olie'), Rome, Italië; 90.

Feest 6 mei

[Onderstaand verhaal is ontleend aan de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine]

De apostel en evangelist Johannes preekte het evangelie in de stad Efese. Daar werd hij door de stadhouder gevangen genomen en men gebood hem aan de afgoden te offeren. Maar hij weigerde te gehoorzamen en werd in de gevangenis geworpen. Men schreef keizer Domitianus een brief waarin hij werd uitgemaakt voor een lelijke tempelschenner, een verachter van de goden en een dienaar van de gekruisigde. Domitianus beval hem naar Rome over te brengen. Daar aangekomen werden hem - om hem belachelijk te maken - al zijn hoofdharen afgeschoren. Voor één van de stadspoorten, de zogeheten Latijnse Poort, werd hij neergelaten in een ketel kokende olie op het vuur. Maar het deed hem in het geheel geen pijn en ongedeerd kwam hij er weer uit.

Nadien bouwden de christenen in die stad een kerk, en ze vierden deze dag alsof Johannes op dat moment inderdaad de marteldood had ondergaan. Toen keizer Domitianus bemerkte dat hij ook op deze manier Sint Johannes niet kon afbrengen van de verkondiging van het evangelie, zond hij hem in ballingschap naar het eiland Patmos. Het is goed te bedenken dat de Romeinse keizers niet de christenen vervolgden vanwege de verkondiging van Christus - want ze wijzen geen enkele godheid af; nee, het was, omdat Christus zonder toestemming van de senaat als godheid vereerd werd. En zoiets stonden ze niemand toe. Daarover lezen we ook in de Historia Ecclestiaca ('Kerkgeschiedenis'): nl. dat Pilatus over Christus brieven zond aan Tiberius (14-37 na Chr.). De keizer neigde er reeds toe de Romeinen het geloof in Christus te laten aannemen. Maar de senaat was ertegen, omdat Christus zich god genoemd had zonder hun toestemming. Nog iets anders lezen wij in een kroniek: zij zouden hem afgewezen hebben, omdat Hij zich niet eerst aan de Romeinen zou hebben geopenbaard. Een andere reden was nog dat Hij het veelgodendom uitroeide, terwijl de Romeinen dat juist aanhingen. Nog een andere reden was dat hij wereldverzaking preekte, terwijl de Romeinen materialistich en eerzuchtig waren. Bovendien wilden ze Christus niet erkennen omdat ze hun wereldlijke macht niet op het spel wilden zetten. Magister Johannes Beleth geeft nog een andere reden waarom de keizer en de senaat Christus en de apostelen vervolgden: een God die geen enkele andere godheid naast zich duldde vonden zij wel al te trots en al te afgunstig. Nog een andere oorzaak schrijft Orosius: dat de senaat kwaad was omdat Pilatus wel aan Tiberius, maar niet aan hen had geschreven over Christus' wonderen. Daarom hadden ze Hem niet onder de goden willen opnemen. Dat maakte Tiberius zo kwaad dat hij vele senatoren doodde, terwijl hij een heel stel andere in ballingschap stuurde.

Toen Johannes' moeder hoorde dat hij in Rome gevangen gehouden werd, werd zij bewogen door moederlijke gevoelens. Zij reisde naar Rome om hem persoonlijk te zien. Daar aangekomen trof zij hem niet meer en zij vernam dat hij in ballingschap gestuurd was. Op de terugweg naar huis stierf ze in de stad Verulae in de landstreek Campania. Daar lag haar lijk lange tijd begraven in een grot. Later werd het door toedoen van haar zoon Jacobus geopenbaard, waarop het onder groot eerbetoon de stad werd binnengebracht. Er ging een wonderbare geur van uit, en het bewerkte vele wonderen.

Op het eiland Patmos schreef hij zijn boek Openbaring (of Apokalyps) op basis van een aantal visioenen die hij ontving, waarbij een engel hem van alles uitleg gaf. Onder keizer Nerva (96-98) kon hij andermaal naar Efese terugkeren.


Bronnen
[183]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen