× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 350  Tarbo van PerziŽ en twee anderen

Tarbo (ook TarbŰ, Tharbo, Tarbula of Ferbuta) van PerziŽ, martelares met haar zus en dienster; Ü ca 350.

Feest 5 & 22 april & 5 mei.

1. "In die tijd werd de koningin ziek. Zij was de vijanden van het kruis, de joden, gunstig gezind. Die kwamen zoals gewoonlijk met een verdachtmaking: "De zusters van Simon hebben u betoverd. Daar hun broer immers ter dood is gebracht." Dit kwam de koning ter ore. Dus werden Tarbo, een dochter van het verbond, haar zus, een godgewijde vrouw, en hun dienster, ook een dochter van het verbond, die alle drie de goede leer van Christus volgden, opgepakt. Men bracht ze ter ondervraging naar het hof van de koningin. De grootmopet en twee hoogwaardigheidsbekleders werden aangewezen om het verhoor af te nemen. Toen de vrouwen hun voorgeleid werden, konden ze zelf constateren dat de dappere, heilige Tarbo een buitengewoon mooie vrouw was, een lust voor het oog. Met het gevolg dat bij alle drie onmiddellijk onreine gedachten en smoezelige verlangens opkwamen. Maar geen van drieŽn zei er iets van. Integendeel, ze spraken hun bars aan: "Jullie zijn de dood schuldig. Jullie hebben immers onze koningin, de vorstin van het gehele Oosten boze dingen aangedaan!

2.Maar de heilige Tarbo antwoordde: "Waarom probeert u ons vals te beschuldigen van dingen die ons volkomen vreemd zijn? Wat hebben wij u misdaan dat u ons iets probeert aan te wrijven waar wij te enen male onschuldig aan zijn? Wilt u ons bloed zien? Wat let u dan het te drinken? Of bent u uit op onze dood? Die kleeft immers dagelijks aan uw handen. Want wij worden gedood omdat wij christen zijn, maar hem verloochenen: dat zullen wij nooit doen. Onze Heilige Schrift zegt immers dat wij maar ťťn God dienen en dat wij geen enkel beeld van Hem mogen maken. En ook: 'Als er een tovenaar in jullie midden gevonden wordt, moet hij door het volk zelf uit de weg worden geruimd' (Exodus 22,18). Hoe zouden wij dan tovenarij kunnen bedrijven, als we daarmee onze God zelf verloochenen en de dood verdienen?"

3.Vriendelijk maar geniepig hoorden de boze rechters haar aan, terwijl ze stiekem haar schoonheid en haar grote wijsheid bewonderden. Elk van hen zat zich intussen rijk te rekenen met ijdele hoop en dacht: "Ik zal haar redden van de dood zodat ik haar als vrouw kan hebben."

4.De mopet antwoordde: "Uit wraak omdat jullie broer werd gedood, hebben jullie je eigen geboden overtreden en de koningin betoverd, terwijl je dat - zoals je zelf opmerkt - verboden was." Maar de fantastische Tarbo antwoordde: "Wat is er dan voor slechts of kwaads met onze broer Simon gebeurd, dat wij daarom ons leven voor God op het spel zouden zetten? Jullie mogen hem uit haat en nijd gedood hebben, voor ons leeft hij in het verheven rijk dat uw rijkje van niks verre overtreft, uw macht vernietigt en een eind maakt aan die vergankelijke roem van u!"

5.Hierop werden de drie vrouwen onder bewaking in de gevangenis geworpen. De volgende dag liet de mopet berichten: "Ik zal voor jullie een goed woordje doen bij de koning en proberen je van de dood te redden. Maar op voorwaarde dat je mijn vrouw wordt." Toen Tarbo dat hoorde, werd ze ontzettend kwaad: "Houd je mond; ben je helemaal van God los! Stuk ongeluk. En laat die praatjes voortaan achterwege. Nu kan ik nog doen of je woord niet tot mij is doorgedrongen en mijn zuivere hart heeft bezoedeld. Weet dat ik Christus' bruid ben. Voor hem onderhoud ik de maagdelijkheid. Mijn trouw daaraan is verbonden met de hoop op Hem, want Hij zal mij redden uit jullie smoezelige handen en gore bedoelingen. Ik ben helemaal niet bang voor de dood en ik sta niet te bibberen bij het idee van een terechtstelling. Integendeel, op die manier geven jullie mij zelfs de kans de weg te gaan waarvan mijn lieve broer Simon, de bisschop, het liefst zou zien dat ik erdoor getroost zou worden bij alle verdriet om hem."

6.Ook de andere twee hoogwaardigheidsbekleders stuurden zonder dat ze het van elkaar wisten een soortgelijk bericht. Maar zij beantwoordde ze op dezelfde verontwaardigde toon. Toen vonden de drie elkaar weer in hun verbittering; ze spraken een valse beschuldiging uit en plaatsten haar in een kwaad daglicht: "Nu weten wij zeker dat jullie tovenaressen zijn." Daarop liet de koning berichten: "Als ze de zon aanbidden, mogen ze niet sterven. Misschien zijn het toch geen tovenaressen." Maar toen de vrouwen dat hoorden, zeiden zij: "Nooit zullen wij onze God verruilen voor ťťn van zijn scheppingen. Wij geven onze God niet op voor een schepsel en Christus niet voor uw dreigementen." Daarop begonnen de magiŽrs te schreeuwen: "Laat ze onmiddellijk aan hun eind komen: ze hebben de koningin betoverd en nu is ze ziek." Daarop kregen de magiŽrs toestemming hen te laten sterven op een manier die hun het meest geschikt zou lijken. Dus zeiden ze: "Hun lichamen moeten aan stukken gesneden worden, zodat de koningin midden tussen de stukken door kan lopen; daar zal ze beter van worden!" Nog op het moment dat Tarbo naar de terechtstelling werd weggeleid liet de grootmopet haar berichten: "Als je mijn zin doet, zullen jij ťn je gezellinnen niet sterven." Maar de heilige vrouw zette hem ten aanhoren van alle aanwezigen voor schut: "Lelijke vuile viezerik. Je bent alleen maar uit op dingen die fout en verboden zijn. Ik zal moedig sterven, want daardoor zal ik leven. Je zult mij dus niet zien kiezen voor een laag en min leven Want daardoor zou ik pas echt sterven."

7.Nu leidde men de drie vrouwen de stad uit. Voor elk van hen werden twee palen de grond ingeslagen. Daar bond men ze uitgestrekt aan vast, het hoofd aan de ene en de voeten aan de andere, juist zoals men schapen vastbindt voor het scheren. Toen zaagde men hun lichamen middendoor en legde de zes helften in zes manden en hing die op aan twee keer drie halve kruisen die aan weerszijden van de weg stonden opgesteld.

8.Nu werd de koningin gehaald en men geleidde haar tussen de lijken door. En omdat de koning was meegekomen, marcheerde het hele leger er achter aan.

9.Deze prachtige vrouwen verdienden hun martelaarskroon op 5 mei"; Ü ca 350.


Bronnen
[107Ľ Tarbula; Oskar Braun 'Ausgewš hlte Akten Persyscher Martyrer' Kempten/MŁ nchen, Kosel, 1915 Bibl. der Kirchenvš ter pp:89-92Ľ TarbŰ ]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen