× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1229  Alexander van Foigny

Info afb.

Alexander van Foigny o.cist (ook van Laon of van Schotland), Frankrijk; kloosterling; † 1229.

Feest 3 mei.

Hij was een Schotse prins, de jongste van drie broers. Zij hadden vóór hem al gekozen voor het religieuze leven. Er was ook een zus, Mechtildis († na 1229; feest 12 april). Ook zij had haar leven in dienst gesteld van de Heer. Zij wendde zich tot haar jongste broer: “Wij hebben allemaal de aardse goederen ingewisseld voor de hemelse. Ga je nu de enige van ons zijn die dat niet doet? “ De jongen moest er van huilen, zo heftig streed in hem de liefde voor het materiële met de liefde voor het geestelijke. Maar tenslotte presenteerde hij zich bij zijn zus: “Doe maar met me wat jou het beste lijkt.”

Ze nam hem bij de hand, bracht hem bij een boer en zorgde ervoor dat hij koeien leerde melken, en boter en kaas kon bereiden. Toen hij dat onder de knie had, staken ze beiden over naar het vasteland. Daar meldde Alexander zich bij de cisterciënzer abdij van Foigny, gelegen in het Noord-Franse bisdom Laon, met het verzoek te mogen intreden als lekenbroeder. Het was hem voldoende voor het vee te zorgen. Zijn zus nam afscheid van hem. Het zou God het alleraangenaamst zijn – zo zei ze, als ze elkaar tijdens dit leven niet zouden weerzien. Zo is Alexander tenslotte gestorven. Waarschijnlijk op jonge leeftijd.

Verering & Cultuur
Na zijn dood was er een kloosterling die pijn op zijn borst kreeg. Hij besloot te gaan bidden op het graf van zijn overleden medebroeder Alexander. Daar werd hij voor beloond, want de overledene verscheen hem in droom. Hij was gehuld in een gloed van stralen en droeg twee kronen: één op zijn hoofd, en één in zijn hand. Toen de kloosterling hem vroeg wat die twee kronen te betekenen hadden, antwoordde de overledene: “De kroon in mijn hand duidt op mijn afkomst. Want ik ben inderdaad een koningszoon. Maar de kroon op mijn hoofd geeft aan dat ik tot de uitverkorenen behoor. Zo’n kroon dragen alle heiligen. Om je te laten zien dat dit droomgezicht waar is, zul je spoedig genezen.” De monnik genas inderdaad, maar vertelde niemand iets van het gebeurde. Dat deed hij pas op zijn sterfbed.

Toen de omstanders daarover napraatten kwamen de verhalen los over de eenvoudige veehoeder die ze destijds in hun midden hadden gehad. Zo herinnerde men zich weer dat hij ooit een heldendaad had verricht. Eens was er plots een gigantisch wild zwijn verschenen dat zich met zijn volle gewicht tussen de koeien in de wei had gestort. Daarop had hij de sabel gevraagd aan de jager die achter het beest had aangezeten, maar nu verstijfd was van angst. Met een welgemikte steek had hij het ondier onschadelijk gemaakt.

Men herinnerde zich ook dat niet ver vandaar nog zijn zus Sint Mechtildis moest leven. Zij vonden haar in Lappion. Van haar hoorden ze tenslotte de hele waarheid.


Bronnen
[Gué.1880/5p:300; Mul.1860Rgf.1991; Fruytier o.cist. in Martien COPPENS ‘Koorbanken in Nederland. Barok’  Amsterdam/Brussel, Elsevier, 1943 No.2]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen