× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 680  Caedmon van Whitby

Info afb.

Caedmon van Whitby, Engeland; dichter & monnik; † 680.
Feest 11 februari (in Whitby).
In zijn ‘Kerkgeschiedenis van het Engelse Volk’ (iv,24) schrijft Beda de Eerbiedwaardige († 735; feest 25 mei)) over hem:
In het klooster van Streanaeshalch [= Whitby] leefde een door Gods genade uitzonderlijk begaafde broeder. Hij had het talent om religieuze en vrome liederen te schrijven. Zodra hem door Schriftuitleggers een Bijbelpassage was duidelijk gemaakt, was hij in staat daar in de kortste keren een schitterend en aansprekend gedicht van te maken in zijn eigen Engelse taal. Zijn verzen raakten het hart van heel wat mensen, met het gevolg dat zij wereldse dingen gingen verachten en zich bezig hielden met hemelse zaken. Na hem hebben anderen geprobeerd religieuze gedichten in het Engels te maken, maar niemand kon aan hem tippen. Hij ontleende zijn dichtkunst niet aan mensen of een menselijke leraar, nee, hij ontving zijn genadegave van God zelf. Zo kwam het ook dat hij niet in staat was plezierdichtjes of profane verzen te schrijven. Alleen wanneer er sprake was van een godsdienstig thema, vloeiden de woorden van zijn vrome lippen. Tot op gevorderde leeftijd had hij een gewoon beroep uitgeoefend zonder ooit iets geleerd te hebben over poëzie. Op feesten en partijen werden soms de gasten een voor een uitgenodigd voor een lied om het gezelschap te onderhouden. Welnu, in zulke gevallen hoefde hij maar te zien dat de harp te voorschijn werd gehaald, of hij maakte dat hij wegkwam.
Eens had hij bij zo’n gelegenheid het huis verlaten waarin het feest plaats vond; hij trok zich terug in de stal, waar hij die nacht bij de beesten de wacht moest houden. Daar viel hij in slaap. Plotseling droomde hij dat er een man naast hem stond die hem bij zijn naam riep: ‘Caedmon,’ zei hij, ‘zing een lied voor me.’ ‘Ik kan niet zingen,’ antwoordde hij;  ‘daarom ben ik ook bij dat feest weggegaan en hierheen gekomen.’ De man antwoordde: ‘Maar voor mij ga je zingen.’ ‘Waar moet ik dan over zingen?’ vroeg hij. ‘Over de schepping van alle dingen,’ antwoordde de man. En meteen begon Caedmon een lied te zingen, ter ere van de Schepper-God, dat hijzelf nog nooit had gehoord. Het ging ongeveer zo:
‘Loven wij de Schepper van het hemels gestel,
zijn majesteit, zijn macht en zijn wijsheid.
Werk van de wereldwacht, bewerker van wonderen,
Hoe hij, de Heer der eeuwige glorie, eerst
voor de mensen de hemel schiep als een nokbalk
En daarna middenin: de aarde, hun woonplaats...’
Dit is zo’n beetje de inhoud. Het zijn niet precies de woorden die Caedmon zong in zijn droom. Verzen, hoe meesterlijk ook, kunnen nu eenmaal niet letterlijk weergegeven worden van de ene taal in de andere zonder dat veel van hun schoonheid en waardigheid verloren gaat. Toen Caedmon wakker werd, herinnerde hij zich alles nog van het lied dat hij had gezongen in zijn droom. Hij voegde er al gauw nieuwe verzen aan toe in dezelfde stijl, zodat er een lied ontstond dat God werkelijk waardig was.

Dichter
Nog vroeg in de morgen begaf hij zich naar zijn overste, het dorsphoofd en vertelde hem over de gave die hij had ontvangen. Het dorsphoofd bracht hem bij de abdis.

Dat moet dus Hilda van Whitby geweest zijn († 680; feest 17 november).

Zij droeg hem op alles over zijn droom te vertellen en de verzen te herhalen in het bijzijn van meerdere geleerde mannen, zodat zij zouden kunnen besluiten tot een gedegen gezamenlijk oordeel over de kwaliteit en waar de inspiratie vandaan kwam. Zij waren het er allemaal over eens dat Caedmon zijn gave had ontvangen van onze Heer. Zij legden hem een bepaalde passage uit van de Bijbelse Geschiedenis of de Leer en vroegen hem, al naar in zijn vermogen lag, dat om te zetten in een gedicht. Hij beloofde het. En de volgende morgen kwam hij terug met fantastische verzen, precies zoals ze hem hadden opgedragen. De abdis was opgetogen dat God zulk een gave aan de man had geschonken. Zij suggereerde hem de wereld te verlaten en het leven van een monnik op zich te nemen. Toen zij hem eenmaal als broeder had opgenomen in de Gemeenschap, gaf zij opdracht dat hij onderwezen zou worden in de gebeurtenissen van de  heilsgeschiedenis. Caedmon sloeg al wat hij leerde op in zijn geheugen, en zette het - als een ware herkauwer - om in zulke melodieuze verzen dat het voortreffelijke resultaat ervan zijn leraren en toehoorders in vervoering bracht. Hij zong over de schepping van de wereld, over het ontstaan van de mensen en over de hele geschiedenis van Genesis. Hij zong over Israëls uittocht uit Egypte, de intocht in het Beloofde Land en over vele, vele andere momenten uit de Heilsgeschiedenis. Hij zong over de Menswording van onze Heer, over zijn Lijden, Verrijzenis en Hemelvaart, de komst van de Heilige Geest en het onderricht door de apostelen. Hij maakte ook gedichten over de verschrikkingen van het Laatste Oordeel, de afschuwelijke pijnigingen in de Hel, en de vreugde van het Koninkrijk der Hemelen. Daarenboven maakte hij nog andere over Gods zegeningen en oordelen; daarmee hoopte hij de harten van zijn toehoorders af te wenden van de voorliefde voor het kwaad en hen te inspireren tot liefde en het doen van goede dingen. Want Caedmon was een diepgelovig man. Hij onderwierp zich aan de tucht van de regel en maakte scherpe verwijten aan anderen die dat niet deden. Zo bekroonde hij zijn leven met een gelukzalig einde.

Caedmons dood
Want toen het moment van zijn dood naderde, voelde hij twee weken lang hoe zijn krachten begonnen af te nemen. Maar het was niet ernstig genoeg om zijn dagelijkse handel en wandel ervoor op te geven. Dichtbij bevond zich een huis waar alle zieken en stervenden werden opgenomen. Tegen de avond van de dag dat hij uit dit leven zou vertrekken vroeg Caedmon aan degene die zorg voor droeg een plaatsje voor hem vrij te houden in dat huis. Zijn verzorger verbaasde zich over het verzoek van iemand die nog ver van de dood verwijderd leek te zijn. Niettemin deed hij wat er van hem gevraagd werd. Caedmon begaf zich dus naar dat huis en onderhield zich hartelijk met degenen die daar al verbleven. Even na middernacht vroeg hij: ‘Is er een Eucharistie in huis?’ Waarop zij vroegen: ‘Waarom zou je een Eucharistie willen? Je gaat immers nog niet dood. Moet je kijken hoe hartelijk je met ons praat. Volgens ons is je gezondheid nog uitstekend.’ ‘Breng me toch maar die Eucharistie,’ zei hij. Caedmon nam ze in zijn handen en vroeg de omstanders of zij hem allen welgezind waren, en of ze iets te klagen of op te merken hadden over hem. Zij verzekerden hem dat zij hem allemaal welgezind waren. Geen spoor van verbittering. Toen vroegen zij op hun beurt hem zijn hart te zuiveren van alle verbittering jegens hen. Waarop hij onmiddellijk antwoordde: ‘Mijn geliefde zonen, mijn hart is in vrede met al de dienaren van God.’ Toen sterkte hij zichzelf met het hemels Viaticum [laatste hostie ‘voor onderweg’] en bereidde zich voor om het andere leven binnen te gaan. Hij vroeg hoe lang het nog zou duren vooraleer de broeders zouden opstaan om het nachtofficie te zingen. ‘Niet lang meer,’ zeiden ze. ‘Goed, laten we dan op hen wachten,’ antwoordde hij. Hij maakte een kruisteken en legde zijn hoofd op het kussen en stierf rustig in zijn slaap. Zo verliet hij deze wereld nadat hij God had gediend in eenvoud en zuiverheid van hart en met stille vroomheid. Nu vertrok hij naar diens tegenwoordigheid in een even stille dood. Bij zijn leven had zijn tong zovele inspirerende liederen gezongen ter ere van zijn Schepper; nu waren ook zijn laatste woorden een lofprijzing in de vorm van het kruisteken dat hij had gemaakt. Zo legde hij zijn ziel in diens handen. Zoals ik al eerder zei: Caedmon had tevoren het moment van zijn dood te horen gekregen.

Verering & Cultuur
Helaas is nagenoeg geen van zijn verzen bewaard gebleven; het enige dat resteert is een hymne van slechts negen regels op de Schepper in de taal van Northumbrië van die tijd (dezelfde als die Beda citeert?).
In Whitby werd hij vereerd als een heilige.


Bronnen
[Fre:133; Frm.1996; Lin.1999; Tou:85; Wsh.2007; Dries van den Akker s.j./2019.10.31]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen