× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 620  Johannes de Aalmoezenier

Info afb.

Johannes de Aalmoezenier (ook Elemosynarius of 'de Barmhartige') van Alexandrië, Egypte; † 619 of 620.

Feest 23 januari & 12 november (byzantijnse kerk).

Hij werd in de 2e helft van de 6e eeuw geboren als zoon van een hogere ambtenaar te Amathus op het eiland Cyprus. Aanvankelijk was hij een welgesteld burger, gehuwd met een vrouw van zijn stand; ze kregen zeven kinderen. Maar bij de geboorte van het laatste kind stierf zijn vrouw; ook de andere kinderen stierven jong, zodat hij al vroeg kinderloos weduwnaar was geworden. Deze gang van zaken beschouwde hij als een vingerwijzing van God: voortaan zou hij zijn leven uitsluitend aan zijn dienst wijden. Al zijn bezittingen schonk hij van lieverlee weg aan de armen.
Toen in Alexandrië allerlei godsdienstige twisten uitbraken onder de gelovigen, vroeg de plaatselijke gouverneur, die een persoonlijk vriend van hem was, of hij wilde komen proberen de partijen met elkaar te verzoenen. Hij had immers een mild en vriendelijk karakter, en als man van buiten zou hij boven de partijen kunnen staan. Hij stemde toe en niet lang daarna werd hij als donderslag bij heldere hemel door de keizer zelf in 610 of 611 tot patriarch benoemd.

Daarmee volgde hij waarschijnlijk patriarch Theodorus op, die als martelaar te boek staat († ca 609; feest 3 december).
In Johannes' levensbeschrijving is er sprake van dat er vóór zijn aantreden onlusten waren onder de gelovigen. Zou Theodorus daar het slachtoffer van geworden zijn? Naar verluidt zou hij, na twee jaar patriarch geweest te zijn, in handen gevallen zijn van mensen die hem een doornenkroon opzetten en hem tenslotte onthoofdden. Waren dat (ketterse?) geloofsgenoten? Of toch heidenen, zoals wel vermeld staat?

Maar voor hij zijn zetel in bezit nam, wenste hij al zijn meesters voor zich te zien: de armen van de stad. Bij registratie bleken het er vijfenzeventighonderd te zijn. Hij organiseerde voor hen allen een regelmatige ondersteuning. Die bekostigde hij door van alle hogere ambtsdragers een jaarlijkse belasting te vragen. Daarnaast zond hij schepen vol graan naar Palestina om in ruil daarvoor de christenen vrij te kopen die er door Perzen gevangen waren genomen. Als bisschop hield hij twee dagen vrij om naar de klachten en smeekbeden van zijn mensen te luisteren. Toen hij eens op weg was naar de kerk om de liturgie te vieren, liep er een arme oude vrouw achter hem aan. Zijn personeel wilde haar wegsturen, maar hij wees hen terecht: "Zou God naar mij nog wél luisteren, als ik zou weigeren naar één van zijn armen te luisteren?"
Hoewel het paleis waarin hij woonde, uiterst luxueus was ingericht, woonde hij zelf in een bijzonder schamel vertrekje. Een goede vriend ontdekte eens de vodden die op zijn bed lagen bij wijze van deken. Hij kocht daarom een prachtige deken en schonk die aan Johannes. Maar deze kon de nacht erna niet slapen bij de gedachte dat er buiten zoveel armen waren die helemaal niets hadden om zich mee te bedekken. De volgend morgen gaf hij daarom opdracht aan één van zijn dienaren de deken voor goed geld te verkopen en de opbrengst ervan aan de armen uit te delen. Maar de schenker ontdekte dat zijn deken weer op de markt lag, begreep wat er gebeurd was en kocht hem opnieuw om hem aan zijn vriend cadeau te doen. Waarop zich het hele geval herhaalde, en zo een aantal keren achter elkaar, zonder dat de twee daar met elkaar ook maar een woord over wisselden. Zo bracht dat geschenk een rijke oogst op voor de armen van de stad.
Johannes was uiterst rechtvaardig en stond onverzoenlijk tegenover valsheid in gewicht en munt op de markt. Toen hij aantrad, telde Alexandrië zeven kerken; bij zijn dood waren dat er zeventig. Aan zijn vrienden had hij eens verteld hoe hij als jongen gedroomd had dat hem een mooie, edele vrouwe verscheen die hem bekend maakte dat zij de barmhartigheid was in eigen persoon. Zij vertelde dat zij Christus ertoe had gebracht om mens te worden om zo de arme mensheid te verlossen. Het heet dat diezelfde vrouwe hem weer verscheen op zijn sterfbed met de mededeling dat zij persoonlijk voor hem de poorten van de hemel zou openmaken. Johannes stierf op de vlucht voor de oprukkende Perzen in zijn vaderland Cyprus.


Bronnen
[000»Nilos; 107; 111; 139; 140; 141; 149/1p:198.200; Dries van den Akker s.j./2007.12.29]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen