Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5540 heiligen, 4226 voornamen en 8496 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

MichaŽl Aartsengel 


Info afbeeldingen

MichaŽl Aartsengel

Feest
25 april: MichaŽls verschijning te Rome
8 mei: MichaŽls verschijning op de Berg Gargano;[105]
17 juni: koptische kerk.[Liturgisch Woordenboek kol.1709]
6 september: MichaŽls wonderen (oosterse kerk);
29 (& 30) september.
16 oktober: MichaŽls verschijning Mont St-Michel.
8 november: oosterse kerk.
20 november: koptische kerk.[Liturgisch Woordenboek kol.1709]

1. De aartsengel MichaŽl in bijbelse en apokriefe boeken
MichaŽl is met GabriŽl en RafaŽl ťťn van de drie aartsengelen die in de bijbel met name worden genoemd. De vierde die we slechts kennen van buiten-bijbelse bronnen heet UriŽl. MichaŽl heet in DaniŽl 10,13 "ťťn van de voornaamste vorsten". Volgens de overlevering behoort hij ook tot de zeven engelen die staan voor God troon. Zij komen twee keer ter sprake, evenwel zonder dat daarbij de naam van MichaŽl valt. In het Boek Tobit, als RafaŽl zich uiteindelijk bekend maakt; daar zegt hij van zichzelf: "Ik ben RafaŽl, ťťn van de zeven heilige engelen, die de gebeden van de heiligen opdragen en toegang hebben tot voor de heerlijke troon van de Heilige" (Tobit 12,15). Over die zeven engelen wordt ook nog eens gesproken in het Boek van de Openbaring, daar echter zonder dat er ťťn met name wordt genoemd (Openbaring 08,02-05).

In het Boek van de Openbaring (of Apokalyps) valt MichaŽl's naam wel, wanneer de een oorlog in de hemel ter sprake komt tussen MichaŽl en zijn engelen enerzijds en anderzijds de draak (Openbaring 12,07).

MichaŽl wordt uiteindelijk beschouwd als de aanvoerder ('hertog') en kampioen van de hemelse legerscharen die Lucifer, de leider van de opstandige engelen wist te verslaan. Behalve bovengenoemde terloopse aanduidingen wordt dat verhaal in de bijbel niet verteld. Daarvoor moeten wij te rade gaan bij de apokriefen van de bijbel, de literatuur die wel bijbels klinkt, maar uiteindelijk toch niet in het kader van de bijbel is opgenomen.
Vandaar dat het Joodse volk de aartsengel MichaŽl als zijn beschermengel beschouwde (DaniŽl 12,01).

1.01 Joodse legende: MichaŽls strijd tegen de boze engelen
Het verhaal over de strijd tussen de goede en kwade engelen stamt al uit de Joodse geloofstraditie. We vinden het bijvoorbeeld in het apocriefe boek Henoch. Daar wordt het niet verteld in het kader van de schepping, alsof de gebeurtenissen zich zouden hebben afgespeeld, voordat de mensen waren geschapen. Het dient om de aanleiding tot de zondvloed te verduidelijken. In de bijbel wordt daar maar heel kort iets over verteld, waardoor er vele vragen open blijven. In Genesis 6,1-4 lezen we:

"Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de aardbodem en dochters kregen, zagen de zonen van God, hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen zich uit die dochters ieder een vrouw. Maar de Heer zei:
'Mijn levensgeest zal niet bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen.'
In die dagen - en ook nog daarna - leefden er reuzen op aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen die hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd."

Onmiddellijk daarop wordt er verteld dat de boosheid der mensen was toegenomen en dat ze onverbeterlijk waren. Daarop besluit God de aarde te verdelgen door middel van een zondvloed. Alleen het geslacht van Lamech, de stamvader van Noach zal worden gered (Genesis 06,05).
Maar wat is de rol van die geheimzinnige reuzen? Zijn zij al het resultaat van het kwaad? En welk kwaad stak er nu eigenlijk in de mensen? Op al die vragen geeft de legende antwoord, zodat begrijpelijk wordt, waarom God besloot de eerste aarde te vernietigen. De boosaardige engelen laten de mensen delen in hemelse geheimen, die in handen van de mensen hebzucht, behaagzucht, oorlogszucht en andere kwade verlangens kunnen aanwakkeren. Tegelijk wordt er antwoord gegeven op de vraag waar het kwaad en vooral ook, waar de hel vandaan komt.
Vandaar dat God de vier aartsengelen, UriŽl, RafaŽl, GabriŽl en MichaŽl uitzendt om het kwaad dat op aarde is ontstaan, in de boeien te slaan en zijn plaats te wijzen.
[Uit het apokriefe Boek Henoch (naar Paul Riessler 'AltjŁdisches Schrifttum ausserhalb der Bibel' Freiburg/Heidelberg, Kerle, 1979 (4e dr.; 1928)]

6,1 Toen de mensenkinderen zich vermenigvuldigden, werden hun mooie en lieftallige dochters geboren.
2 Toen de engelen, de zonen van de hemel, hen zagen, kregen ze zin in hen en ze zeiden tot elkaar: 'Laten we ons vrouwen kiezen uit de mensenkinderen en bij hen kinderen verwekken.'
3 Toen zei hun aanvoerder Semjaza tot hen: 'Ik ben bang dat jullie tenslotte toch niet meedoen; dan draai ik alleen op voor de straf na een grote zonde.'
4 Toen gaven ze hem allemaal ten antwoord:
'Wij zweren met z'n allen een eed en we verplichten ons middels wederzijdse beloften dat we dit plan niet opgeven, maar het daadwerkelijk ten uitvoer brengen.'
5 Toen zwoeren ze met z'n allen en ze verplichtten zich aan elkaar middels wederzijdse beloften.
6 Ze waren met z'n tweehonderden.
Het was in de dagen van Jared, dat ze naar de top van de Hermon afdaalden. Ze noemden hem 'Hermon', omdat ze daar hadden gezworen en zich middels wederzijdse beloften met elkaar verbonden hadden.
7 Hun aanvoerders heetten aldus:
Semjaza, de hoofdman; Arakiba, RameŽl, KokabiŽl, TamiŽl, RamiŽl, Danel, EzekeŽl, Barakial, AzaŽl, Armaros, Batarel, Ananel, SakiŽl, SamsapeŽl, Satarel, Turel, JomjaŽl en SariŽl.
8 Dit waren de aangestelden over tien.

7,1 Alle anderen met hen namen zich vrouwen en ieder koos er zich ťťn uit. Toen gingen zij tot hen in en verontreinigden zich met hen. En ze leerden hun tovermiddeltjes, bezweringen en worteltrekken, en maakten ze met de geheimen van de planten bekend.
2 Toen werden ze zwanger en baarden reuzen die 3000 el groot waren.
3 Dezen aten alle voorraden van de andere mensen op. Toen de mensen hun echter niets meer te geven hadden,
4 keerden zich de reuzen tegen hen en vraten ze op.
5 En ze begonnen zich te vergrijpen aan de vogels, de wilde dieren, het kruipend gedierte en de vissen; er het vlees van op te vreten en het bloed te drinken.
6 Toen beklaagde zich de aarde tegen de booswichten.

8,1 Azazel leerde de mensen zwaarden, messen, schilden en borstkurassen te maken en toonde hun de metalen, en hoe ze te bewerken tot armbanden en sieraden; ook het gebruik van make-up en het mooi maken van de oogleden, allerlei soorten edelgesteente en allerlei kleurmiddeltjes.
2 Er heerste dus veel goddeloosheid. Ze bedreven ontucht, bewandelden dwaalwegen en waar ze ook gingen, het was verderf.
3 Semjaza leerde bezweringen en worteltrekken, Aramros de bevrijding uit de bezweringen, Barakial de astrologie, Kokabel de astronomie, EzekeŽl het ontraadselen van de wolken, ArakiŽl de tekenen der aarde, SamsiŽl de tekenen van de zon en SariŽl de loop van de maan.
4 Toen de mensen omkwamen, begonnen ze om hulp te roepen en hun stem drong door tot in de hemel.

9,1 Toen keken MichaŽl, UriŽl, RafaŽl en GabriŽl vanuit de hemel neer en zagen het vele bloed dat op de aarde werd vergoten en al het onrecht dat op de aarde geschiedde.
2 Toen zeiden ze tot elkaar: 'Hoe minder mensen op de aarde, hoe meer zij weergalmt van hun hulpgeroep tot aan de poorten van de hemel.
3 Tot jullie, heiligen in de hemel, roepen en klagen de mensenzielen: "Brengt onze weeklacht tot voor de Allerhoogste!".'
4 Toen zeiden ze tot de Heer van het heelal: 'U bent de Heer der heren, de God der goden, de Koning der koningen. De troon van uw heerlijkheid houdt stand alle geslachten tot in eeuwigheid. Uw naam is heilig, roemrijk en overal ter wereld geprezen.
5 U hebt alles gemaakt. Alles ligt open en bloot voor uw ogen. U ziet alles en er is niets dat zich voor U kan verbergen.
6 U ziet wat Azazel gedaan heeft, hoe hij op aarde allerlei ongerechtigheid heeft geleerd en de eeuwige geheimen des hemels geopenbaard, terwijl het niet de bedoeling was dat de mensen ze zouden kennen.
7 Zo ook Semjaza: aan wie U nog wel de opperheerschappij over zijn collega's heeft verleend.
8 Ze zijn naar de dochters der mensen op aarde gegaan, hebben met de vrouwen geslapen en zich verontreinigd. Toen hebben ze ze wegwijs gemaakt in allerlei soorten zonden.
9 De vrouwen hebben reuzen gebaard, en nu is de hele aarde verzadigd van bloed en ongerechtigheid.
10 Nu roepen de zielen van de overledenen en hun klacht stijgt op tot aan de poorten van de hemel. Hun klachten zijn opgestegen en die kunnen - gezien wat er op aarde aan goddeloosheid is bedreven - ook niet meer ophouden.
11 Welnu, U weet alles, reeds voor het geschiedt. U ziet het en laat ze begaan. U zegt ons niet wat we hieraan moeten doen...!?'

10 1 Toen nam de Allerhoogste, de Heilige, de Grote, het woord. Hij zond UriŽl tot de zoon van Lamech en zei hem:
2 'Zeg hem in mijn Naam: "Verberg je!" e n maak hem openbaar dat het einde nabij is. Want de hele aarde zal ten onder gaan. Een watervloed komt over heel de aarde en vernietigt al wat erop is.
3 Maak hem duidelijk dat hij kan ontkomen en dat zijn nakomelingen de wereld zullen bezitten, alle geslachten lang.'
4 En tot RafaŽl zei de Heer:
'Bind Azazel aan handen en voeten en werp hem in de duisternis. Maak een gat in de woestijn van DudaŽl en werp hem daarin!
5 Leg scherpe, spitse stenen onder hem en bedek hem met duisternis. Laat hem daar voor altijd blijven, en bedek zijn aangezicht, zodat hij het licht niet kan zien.
6 Op de dag van het grote gericht moet hij in de vuurzee worden geworpen.
7 Redding aan de aarde die door de engelen bedorven is! Verkondig redding aan de aarde! Hun leed moet gelenigd worden. De mensenkinderen mogen niet allemaal omkomen door alle geheimenissen die hun door wachters zijn onthuld en aan hun kinderen zijn geleerd.
8 De hele aarde is door de werken die Azazel geleerd heeft, bedorven. Schrijf aan hem alle zonden toe!'
9 En tot GabriŽl zei de Heer:
'Trek erop uit tegen die bastaards, die hoerenkinderen en die verdorvenen, en verdelg uit het midden der mensen die hoerenkinderen en die kinderen van de wachters. Zet ze tegen elkaar op; dan zullen ze elkaar in de strijd vernietigen. Want een lang leven is hun niet beschoren.
10 Geen voorbede die de vaderen voor hun kinderen doen, zal verhoord worden. Want ze hopen natuurlijk op een eeuwig leven, dat ieder van hen vijfhonderd wordt!'
11 En tot MichaŽl zei de Heer:
'Ga, en sla Semjada in de boeien tezamen met zijn overige collega's die zich met de vrouwen hebben verenigd en die zich bij hen door al hun onreinheid hebben bevlekt.
12 Als hun zonen elkaar hebben gedood en als de vaderen de ondergang van hun geliefde zonen hebben gezien, sla ze dan voor de tijd van 70 geslachten in de boeien, in de dalen van de aarde, tot op de dag van hun gericht, tot de voleinding door het eindgericht.
13 Op die dag zullen ze naar de brandende afgrond gevoerd worden, die gevangenis van ellende in, waar ze voor altijd opgesloten zullen blijven.
14 En wie voortaan tot de vernietiging wordt veroordeeld, die zal tezamen met hen tot aan het einde van alle geslachten in de boeien worden vastgehouden.
15 Vernietig alle geesten van de verworpenen tezamen met de zonen der wachters, omdat ze de mensen mishandeld hebben.
16 Verdelg elke gewelddaad van de aarde! Elk slecht werk zal aan zijn eind komen! Tevoorschijn moet komen het gewas van gerechtigheid en waarheid. En dit is bewijs van zegening: de werken van gerechtigheid en waarheid zullen voor altijd in echte vreugde worden geplant.
17 Dan zullen alle godvrezenden bloeien en leven tot ze duizend kinderen voortbrengen, en voltooien in vrede alle dagen van hun jeugd en van hun oude dag.
18 Dan zal heel de aarde gegrondvest zijn op gerechtigheid; overal staan bomen geplant, en overal is zegening.
19 Alle lieflijke bomen zullen er geplant worden; wijnstokken en druivenplanten brengen druiven in overvloed voort. Alle uitgezaaide zaden geven weer duizend keer zoveel nieuwe en een handvol olijven geeft tien kruiken olie.
20 Reinig de aarde van alle geweld, alle ongerechtigheid, alle zonde, alle goddeloosheid, en verdelg op aarde alle onreinheid, die op aarde wordt uitgeoefend.
21 Alle mensen zullen rechtvaardig zijn, alle volkeren zullen Mij dienen en prijzen; allen zullen ze Mij aanbidden.
22 Dan blijft de aarde rein van alle verderf, alle zonde, alle plagen, alle ellende, en Ik zal nooit meer een vloed over ze heen zenden van geslacht op geslacht, tot in eeuwigheid.

Latere christelijke versies van deze legende vertellen hoe Lucifer weigerde de Mensenzoon de verschuldigde eer te brengen. De boze engelen werden door toedoen van MichaŽl en zijn medestrijders uit de hemel verdreven; zij werden gestraft doordat MichaŽl hen vastbond tussen hemel en aarde. Dat was een passende kwelling. Enerzijds had hij zicht op de hemel, waar hij zichzelf onmogelijk had gemaakt en voorgoed van was buitengesloten. Anderzijds had hij zich op de aarde, waar zij moesten toezien hoe de mensen - die zij in de persoon van Christus niet hadden willen dienen - uiteindelijk zelfs boven engelen werden verheven door Gods genade.

Toch blijft het opvallend dat dit verhaal niet in de bijbel is opgenomen, waar het toch zo'n belangrijke plaats inneemt in de traditie. Zowel bij de Joden als bij de christenen. In de middeleeuwen heeft men geprobeerd een antwoord te bedenken op deze vraag. Die legende is alleen al interessant vanwege de feodale mentaliteit die eruit spreekt. De wereld is er opgedeeld in rangen en standen; en elke stand vraagt om een eigen behandeling.

Legende: waarom de bijbel niet vertelt over de val der engelen

'Mocht iemand vragen waarom de boeken van Mozes zwijgen over de ongehoorzaamheid van en de val van de engelen, dan is het antwoord duidelijk. Veronderstel: een machtig heer heeft twee vazallen, die allebei schuldig worden bevonden aan verraad. De ťťn is van adel met een onvermengde stamboom en de ander is een boerenkinkel van minderwaardige afkomst. Wat zal die Heer dan doen? Hij zal die boerenkinkel midden op de markt ophangen als een waarschuwing en om een voorbeeld te stellen. Maar in het geval van de edelman bestaat het gevaar dat er onder de mensen schande van wordt gesproken en zelfs dat ze aanslagen gaan plegen op gerechtsdienaren. Hem zullen de rechters dus achter gesloten deuren veroordelen; vervolgens wordt hij opgesloten in de gevangenis en tenslotte stilletjes ter dood gebracht. En mocht er iemand naar hem vragen, dan luidt het antwoord kortweg: 'Die is dood.' En voor de rest niks. Welnu, zo heeft God ook gedaan met de opstandige engelen met een respectabele staat van dienst. Over hun lot is niets bekend geworden tot het moment dat de verlossing der mensen was voltooid.'
[182]

1.02 Joodse legende: MichaŽls strijd met de duivel om Mozes' lichaam
In de Brief van Judas wordt gewaarschuwd tegen een aantal misstanden, waaronder het beschimpen van hemelse machten. Naar aanleiding daarvan merkt de schrijver vervolgens op: "Zelfs de aartsengel MichaŽl heeft het niet gewaagd een smadelijk oordeel tegen de duivel uit te spreken, toen hij met hem een woordentwist had en streed om het lichaam van Mozes. Hij zei alleen maar: "De Heer moge u bestraffen" (Judas 09).

Er is geen geschrift uit de oudheid overgeleverd waarin dit verhaal wordt verteld. Algemeen wordt aangenomen dat deze legende thuishoort in een apokriefe legende die dan "Mozes' Hemelvaart" geheten zou moeten hebben, waarschijnlijk ontstaan rond het begin van onze jaartelling. In ieder geval maken enkele kerkvaders er melding van, zoals Clemens van AlexandriŽ (Ü vůůr 215), Origenes (Ü 253/254) en Didymus de Blinde van AlexandriŽ (Ü ca 398). Van dit geschrift werd in 1861 een fragment teruggevonden op een palimpsest (= handschrift waarvan de oorspronkelijke tekst is weggeradeerd en waarop vervolgens een nieuwe tekst is aangebracht). De weggeradeerde tekst vertelt tot vlak vůůr Mozes' dood, zodat het verhaal over de strijd tussen MichaŽl en de satan is weggevallen.

Men neemt aan dat dit verhaal bedoeld was als uitleg van Deuteronomium 34,06, waar verteld wordt dat God zelf Mozes begroef, zodat tot op de dag van vandaag niemand weet waar zijn graf zich bevindt. Uitleggers veronderstellen dat God Mozes liet begraven door de engel MichaŽl. In een latere legende wordt verondersteld dat de duivel op dat moment Mozes' lijk kwam opeisen, waarmee hij zijn begrafenis dus wilde verhinderen. De reden was, dat Mozes destijds de Egyptische opziener had doodgeslagen en in het zand begraven (Exodus 02,12). Daarop zou God zelf tussenbeide zijn gekomen en eigenhandig Mozes hebben begraven.

Onderzoekers wijzen erop dat de woorden die MichaŽl spreekt in de veronderstelde apokriefe legende, letterlijk zo staan opgetekend in de Septuagintvertaling van Zacharja 3,02. (De Septuagintvertaling is de Griekse vertaling van het Oude Testament, die volgens de overlevering door 70 rabbijnen onafhankelijk van elkaar in precies dezelfde Griekse bewoordingen tot stand zou zijn gebracht). Daar voert de aartsengel MichaŽl ook strijd om het lichaam van een dode. Het betreft er alleen niet Mozes, maar... zijn opvolger Jozua!

1.03 MichaŽl in Vroeg-Christelijke literatuur
Van oudsher geloven de christenen dat Jezus' moeder Maria met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen. Op oosterse afbeeldingen zien we vaak hoe Jezus zelf de ziel van zijn moeder, als een kleine mummie op zijn arm draagt. Maar er bestond een oude traditie die wist te vertellen dat het Sint MichaŽl was geweest die Maria was komen halen om haar naar de hemel te geleiden.
[146nr.4]

In de 'Herder' van de vroegchristelijke schrijver Hermas uit de 2e eeuw verschijnt MichaŽl als een majestueuze engel, belast met het toezicht over de beloningen, die al of niet moeten worden uitgedeeld aan de wilgentakken die ťťn voor ťťn naar voren komen om het oordeel te ondergaan; sommige hebben gebloeid en vrucht gedragen, andere zijn verdord. Deze takken zijn symbolische aanduidingen voor de christenen. Hij mocht beoordelen wie er in aanmerking kwam voor de beloning.

In het zogeheten 'Testament van Abraham' is MichaŽl de hoofdpersoon. Zijn voorspraak heeft zo veel invloed dat zelfs zielen uit de hel kunnen worden teruggehaald.
[115]

2. MichaŽl-Aartsengel: Verering
2.01 naamsverklaring
Als er in de Legenda Aurea een heilige in een apart hoofdstuk ter sprake komt, wordt vooraf steeds een toepasselijke uitleg van zijn naam gegeven. In de betekenis van de naam weerspiegelt zich het heilige karakter van de drager ervan. In de ogen van Jacobus de Voragine hadden deze naamsverklaringen vooral de functie van een karakterbeschrijving, een samenvatting van de persoon en zijn leven. Zo schrijft hij n.a.v. MichaŽl:

"MichaŽl betekent vertaald 'Wie is aan God gelijk?' Daarover schrijft Sint Gregorius: 'Telkens als er grote wonderen moesten gebeuren, werd Sint MichaŽl erop uitgestuurd. Uit diens handelen en zijn bijpassende naam moest duidelijk worden dat niemand zulke grote werken kan verrichten als God alleen.' Vandaar ook dat aan Sint MichaŽl uitzonderlijk grote wonderwerken worden toegeschreven. Want - zoals DaniŽl schrijft - hij zal in de tijd van de antichrist opstaan en optreden als herder en beschermer van de uitverkorenen. Hij heeft met de draak en zijn engelen gevochten, ze uit de hemel naar beneden gestort en triomfantelijk over hen gezegevierd. Hij heeft met de duivel gevochten om Mozes' lichaam, omdat de duivel het wilde nemen met de bedoeling dat de Joden hem voortaan als hun god zouden vereren. Hij wacht ook de zielen van de heiligen op om ze het paradijs van de eeuwige vreugde binnen te leiden. Ooit was hij de vorst van de synagoge, maar thans heeft de Heer hem tot vorst van de kerk gemaakt. Hij was het naar men zegt die de Egyptenaren met plagen sloeg, de Rode Zee in tweeŽn splitste, het volk door de woestijn tot in het beloofde land heeft geleid. In het heilige leger der engelen draagt hij het vaandel van Christus. Hij zal ooit op bevel van de Heer met grote kracht de antichrist op de Olijfberg doden. Bij het horen van zijn stem zullen de doden opstaan. Hij zal op de Laatste Dag het kruis en de spijkers, de lans en de doornenkroon aandragen."

2.02 MichaŽl's verering in de oudste tijden
Vanaf de vroegste tijden werd en wordt MichaŽl dagelijks in de eucharistie genoemd en aangeroepen.
De Ethiopische christenen vierden sinds oude tijden elke maand een eucharistie ter ere van MichaŽl.

De Legenda Aurea van Jacobus de Voragine merkt op dat MichaŽl een aantal keren is verschenen; de eerste keer was op de Monte Gargano (zie 2.05); de tweede keer vond plaats bij de Mont St-Michel (zie 2.07); de derde verschijning te Rome, toen daar ten tijde van paus Gregorius een pestepidemie woedde (zie 2.06); de vierde verschijning betreft MichaŽl's plaats in de hiŽrarchie van engelenkoren, machten, krachten en alle heersers die een eigen rangorde hebben in de hemel: daarbij baseert hij zich op het boek van Pseudo-Dionysius de Areopagiet ('Over de hiŽrarchie in de hemel', waarschijnlijk ontstaan eind 5e eeuw); de vijfde verschijning te Constantinopel, waar MichaŽl verscheen aan de zieke Aquilinus (2.04).

2.03 MichaŽl's verschijning te Chonae bij HiŽrapolis, FrygiŽ

MichaŽl, Aartsengel. Verschijning te Chonae, FrygiŽ (= het huidige West-AnatoliŽ, Turkije), waarbij hij de waterloop verlegt & Archippus van Chonae; priester; Ü 2e eeuw(?).
Feest 6 september.

In FrygiŽ niet ver van HiŽrapolis en Kolosse lag een plaats, Chonae geheten (= Ďwatervloedí). Daar had je dan ook een wonderbaarlijke waterbron.

Toen de apostel Johannes (Ü ca 104; feest 27 december), bijgenaamd de Theoloog, in gezelschap van de apostel Filippus (Ü 80; feest 3 mei) het evangelie aan het preken was in HiŽrapolis, keek hij naar deze plek en voorspelde dat er een bron zou ontspringen; een bron van geneeskrachtig water, waardoor vele mensen hun gezondheid zouden terugkrijgen. Hij zei ook dat die plek nog eens bezocht zou worden door de heilige MichaŽl, de grote aartsengel van God.

Wel heel spoedig daarna al ging die voorspelling in vervulling. Er kwam een waterbron tevoorschijn die tot in de wijde omtrek bekend stond om zijn wonderdadige kracht. Een heiden in Laodicea had een dochter die stom was. Hij was daar heel verdrietig over, maar in een droom verscheen hem de aartsengel MichaŽl. Deze drong er bij hem op aan om zijn dochter mee te nemen naar die bron. Dan zou zij haar gezondheid terugkrijgen. De vader gehoorzaamde onmiddellijk; hij nam zijn dochter met zich mee en ontmoette op die plek allerlei mensen die genezing kwamen zoeken van de meest uiteenlopende kwalen. Dat waren allemaal christenen. De man vroeg hun hoe hij genezing kon verkrijgen. De christengelovigen zeiden hem:
"In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest moet je de aartsengel MichaŽl aanroepen."
De vader deed precies zoals zij gezegd hadden en dompelde zijn dochter onder water. Op datzelfde moment begon zij te spreken. Die heiden liet zich natuurlijk dopen tezamen met zijn dochter en zijn hele huishouden. Hij liet een kerk bouwen boven de bron ter ere van de aartsengel MichaŽl.

Later kwam daar een jongeman zich vestigen. Hij heette Archippus. Hij had heel wat te verduren van heidenmensen, want zij hadden het niet zo begrepen op de wondermacht van die heilige christenplaats, waar zoveel mensen naar toekwamen. In hun boosaardigheid verlegden zij de loop van een nabijgelegen rivier, zodat deze de kerk en de bron onder water zette. Maar op het gebed van Archippus verscheen de aartsengel MichaŽl en maakte met een zware tak een opening in de grot aan het eind van de kerk, waardoor het water daar in een ware vloed weg kon stromen.
Zodoende werd die plek gered; zij werd bekend onder de naam Chonae, vanwege die watervloed die door de opening wegstroomt. Sint Archippus leefde daar in strenge onthouding. Hij stierf, toen hij zeventig jaar oud was en ging vredig de rust van de Heer binnen.

Soms vindt men de veronderstelling dat deze Archippus dezelfde zou zijn als de apostel die volgens de overlevering samen met Filemon en diens vrouw Apfia de marteldood gestorven zou zijn.
[139;140/9; Dries van den Akker s.j./2007.08.31]

2.04 MichaŽl's verschijning bij het heilig kruis te Constantinopel
MichaŽl zou ook verschenen zijn aan keizer Constantijn in zijn pronkstad Constantinopel (= 'Constantijnstad'). Nadat zijn moeder, de heilige Helena, van haar pelgrimstocht naar het Heilige Land in 324 de drie kruisen mee terug had gebracht, had de keizer ze op een eervolle plaats laten opstellen. Drie maal in het jaar - aldus de overlevering - daalde de aartsengel MichaŽl uit de hemel neer om in het bijzonder Jezus' kruis met hemelse gezangen te omranken. Daarom bouwde de keizer rond 330 ter ere van MichaŽl de tempel, die voorheen was toegewijd aan de god Aesculaap, om tot een MichaŽlkerk, het zogeheten MichaŽlion, terwijl hij ergens aan de kust van Klein-AziŽ nog een klooster laat bouwen dat hij onder bescherming plaatst van de aartsengel: Sint MichaŽl-in-Sosthenis.

Reeds in de 4e eeuw stond er in Constantinopel een kerk die aan hem was toegewijd. De vorsten die na Constantijn kwamen, namen MichaŽl's verering over. Justinianus (Ü 565) alleen al zou hem zes basilieken hebben toegewijd, terwijl MichaŽl in vijftien verschillende basilieken een hem toegewijd altaar had.
[109]

Jacobus de Voragine weet in zijn Legenda Aurea nog van andere MichaŽl-verschijningen.
[uit:Jacobus de Voragine 'Legenda Aurea...' onder Sint MichaŽl, de Aartsengel: 29 september in de vertaling van Benz]

"Bij Constantinopel ligt een plek waar in vroeger tijden de godin Vesta werd vereerd. Nu is daar ter ere van Sint MichaŽl een kerk gebouwd. Vandaar dat die plek tegenwoordig dan ook MichaŽlium heet. Nu leefde er een man die Aquilinus heette, die een heftige griep had opgelopen, ook wel de rode griep geheten. De doktoren dienden hem een drankje toe tegen de koorts, maar dat spuugde hij weer uit; alles wat men hem liet eten of drinken, braakte hij weer uit. Toen hij de dood voelde naderen, liet hij zich naar die plek brengen in het geloof dat hij daar ofwel gezond en wel vandaan zou komen ofwel zou sterven. Toen verscheen hem Sint MichaŽl die hem een drankje voorschreef uit honing, wijn en peper. Alles wat hij at, moest hij daarin dopen. Dan zou hij weer helemaal gezond worden. Hij deed het en wťrd gezond. Zou de geneeskunst het dan mis hebben door koortslijders hete drankjes toe te dienen?"

MichaŽls Verschijning op de Monte Gargano, ItaliŽ; ca 490/95
Feest 8 mei.

2.05 Legende: MichaŽl's verschijning op de Monte Gargano
Hoewel Jacobus de Voragine in zijn Legenda Aurea aangeeft dat onderstaande gebeurtenissen zich afspelen in het jaar 390, wordt tegenwoordig aangenomen dat het in feite ging om de jaren 490 tot 495.

2.05.1 MichaŽl's eerste verschijning op de Monte Gargano
"MichaŽl's eerste verschijning vond plaats op de Berg Garganus. Dat is een berg in ApuliŽ, die dus Garganus heet vlakbij de stad Sypontus. In het jaar 390 nu woonde er in die stad een man, die Garganus heette. De berg was dan ook naar hem genoemd. Hoewel er ook een aantal boeken is dat meent dat hij zijn naam ontleende aan de berg. Hij had een onafzienbare kudde runderen en schapen. Toen deze eens op de flanken van de berg liepen te grazen, dwaalde een stier af van de rest en klom langzaam naar de top van de berg. Bij thuiskomst van het vee miste men hem. De herder nam een hele groep knechten mee en zocht de stier op de onmogelijkste paadjes. Tenslotte vond hij hem helemaal boven op de top van de berg voor de ingang van een grot. Omdat die heer geÔrriteerd was over het feit dat die stier zo helemaal zijn eigen gang was gegaan [en omdat hij in andere versies niet bij het dier kon komen vanwege het ondoordringbare struikgewas], schoot hij een vergiftigde pijl op hem af. Maar de pijl kwam naar de schutter terugvliegen, alsof hij door de wind in tegengestelde richting was gestuurd. [Volgens andere legenden werd die heer zelfs in een oog getroffen door zijn eigen pijl]. De burgers waren er zo van geschrokken dat ze de bisschop gingen vragen of hij iets van dat wonder begreep. Die kondigde een driedaagse vasten af en zei dat iedereen in gebed aan God om opheldering moest vragen, wat dit alles te betekenen had. Toen verscheen Sint MichaŽl aan die bisschop [volgens andere bronnen zou dat geweest zijn in de vroege morgen van donderdag 8 mei] met de woorden: 'U moet weten dat die man door mijn toedoen het slachtoffer is geworden van zijn eigen pijl; want ik ben de aartsengel MichaŽl, en ik heb besloten om deze plek als mijn verblijfplaats op aarde uit te kiezen om van daaruit des te beter mijn beschermende taak te kunnen uitoefenen. Ik heb dus met deze tekenen willen duidelijk maken dat ikzelf behoeder en wachter wil zijn van deze plek.' Daarop trok de bisschop tezamen met de inwoners van de stad in processie naar die plek om met veel devotie voor de ingang van de grot te gaan bidden. Maar niemand durfde er naar binnen te gaan."

[uit: Jacobus de Voragine 'Legenda Aurea...' onder Sint MichaŽl, de Aartsengel: 29 september in de vertaling van Benz]
[vgl.109]

Tot zover het relaas uit de Legenda Aurea. Maar daarmee zijn de wonderlijke gebeurtenissen op de Monte Gargano nog lang niet ten einde.

2.05.2 Tweede verschijning
Men bracht paus Felix op de hoogte van de bijzondere gebeurtenissen. Hij liet ze overal bekend maken. Keizer Zeno van Byzantium was zo onder de indruk dat hij zelfs wijgeschenken liet aanvoeren ter ere van de grote engel.

In de tijd erna vielen de Germanen herhaaldelijk ItaliŽ binnen om de macht aan zich te trekken. Daarbij liep ook Siponto meer dan eens gevaar. In de nazomer van 492 kwam Odoaker met zijn sterke legermacht aanzetten, terwijl Theodorik maar een handvol soldaten in de stad had. Toen de situatie al maar nijpender werd, bedacht de bisschop plotseling hoe de aanvoerder van de hemelse legerscharen ruim twee jaar geleden zijn hulp en bijstand had toegezegd. Dus wendde hij zich in zijn gebed tot hem om bescherming af te smeken. En zie, in de vroege morgen van de 19e september (had hier niet de 29e september moeten staan?) verscheen de aartsengel daar voor de tweede keer: nu aan de bisschop. Hij zegde hem zijn steun toe. De gevechten waren nog niet begonnen, of de hemel boven de Monte-Gargano begon inktzwart te kleuren. Zowel de plek waar de engel verbleef, als de stad Siponto werden door dichte wolken omgeven. Onophoudelijk deden de donderslagen de aarde beven; bliksemschichten schoten telkens en telkens weer uit de pikzwarte wolkenmassa tevoorschijn. Door dit geweld aan de hemel werd de vijand zo afgeschrikt dat ze in paniek op de vlucht sloegen, waarbij de inwoners van Siponto in de zekerheid dat ze onder MichaŽls bescherming stonden, hen met vaandels waarop hun heilige engel stond afgebeeld, wel tot Napels achterna joegen. Na deze overwinning trok de bisschop met alle gelovigen weer naar de berg om de engel te bedanken. Toen hij na lang aarzelen het er toch op waagde om de grot te betreden, vond hij daar
een bewijs dat de engel daar verbleef: een voetafdruk.

2.05.3 Derde verschijning
Na zoveel zegeningen wilden de inwoners van Siponto een gedenkteken oprichten ter ere van hun geliefde aartsengel. De bisschop vroeg toestemming aan de paus om de grot tot kerkruimte te wijden. De paus antwoordde dat het niet aan de Siponters toekwam de dag van inwijding vast te stellen; ze moesten maar bidden en vasten, en wachten op het moment dat de engel met tekenen duidelijk zou maken wat zijn verlangen was. Inderdaad verscheen de aartsengel MichaŽl in de nacht voorafgaand aan de 29e september aan de bisschop: "U bent het niet die mijn grot tot heiligdom zult wijden. Immers degene die dit alles heeft geopenbaard, heeft haar al ingewijd. Ikzelf, de 'Heer van de Grot' roep jullie bijeen in mijn heiligdom om daar onbevreesd de heilige eredienst te kunnen vieren. Want ik heb deze grot tot basilica gewijd met de bedoeling dat in dit Godshuis de zonden van de mensen mogen worden vergeven en alle schuld afgewassen." De volgende morgen togen de bisschop en de bevolking naar de berg ter bedevaart. Terwijl zij nog aarzelend de berg betraden, troffen ze het teken van de wijding aan: de grillig gevormde rots met de voetafdruk van de engel erin was door MichaŽl tot altaar gemaakt. Over de rots was een rode doek gespreid, zoals in de Griekse kerk gebruikelijk is bij een altaarwijding.

De kerk zou bekend worden onder de naam 'Sancti Angeli usque ad coelos'.

2.05.4 Laatste verschijning
De laatste verschijning van de aartsengel MichaŽl vond plaats in 1656. In heel Zuid-ItaliŽ heerste een agressieve pestepidemie. De mensen stonden machteloos. Daarom riep de toenmalige bisschop van Siponto een driedaagse vasten af. Vervolgens trok hij aan het hoofd van zijn al zijn geestelijken en het gehele gelovige volk op naar de grot, terwijl ieder een strop om de hals had gehangen. Er werden psalmen gezongen en litanieŽn gebeden. Pas na drie dagen van boetedoening en nederig gebed, gaf de engel een teken van zijn aanwezigheid. Het was op een vrijdag, de 22e september, precies een week voor de feestdag van de heilige engel. Om vijf uur in de morgen - aldus een brief uit 1658 van de bisschop aan paus Alexander VII - werd hij wakker van een ontzettend geraas; het leek wel of er een aardbeving aan de gang was. In het oosten zag hij een machtig licht; het leek op een zondoorschenen kristal. Hij hoorde een stem die zei: 'U, herder van deze kudde, u moet weten dat ik het bij de heilige Drie-eenheid gedaan gekregen heb dat ieder die een steen afbrokkelt van de wanden van mijn grot en die devoot en wel bij zich houdt, voor de pest gevrijwaard zal blijven. Ja, alle huizen, dorpen en steden waar zo'n steen wordt bewaard, zullen aan de pest ontkomen. Maak deze genadegave maar aan iedereen bekend. En op het moment dat u die stenen op mijn voorspraak zegent, moet u ze tekenen met een kruis en mijn naam erin krassen. Zo zal Gods toorn worden afgewend." Zielsgelukkig en dankbaar viel de bisschop op zijn knieŽn; hij riep zijn dienaren bij zich en vertelde hun over de belofte van de engel. De volgende dag, op 23 september dus, maakte hij aan het volk bekend dat ze niets meer van de pest te vrezen hadden. Hij beval nu de stenen uit de wanden van de grot te breken, liet er een monogram in krassen (S Ü M) en sprak er een zegen over uit waarvoor hij zelf de tekst had opgesteld. Nadat hij de stenen onder het volk had laten verdelen, verdween de pest binnen een paar dagen uit het hele land.

Uit deze legendenserie kan men opmaken welke zorgen en kwaliteiten aan Sint MichaŽl worden toegedicht. Het zijn er vijf: hij is herder en beschermt de kudde; hij is aanvoerder in de strijd en beheerst de kosmische krachten; hij is priester en draagt zorg voor de eredienst; hij is de heer van de grot, dat wil zeggen begeleider der doden en vorst over het dodenrijk; hij is arts en geneesheer van alle aandoeningen naar ziel en lichaam, en kent de verborgen geneeskracht van de aarde en water.
[109]

MichaŽl van de Monte-Gargano wordt op 8 mei gevierd. Volgens dit verhaal, omdat de eerste verschijning van de aartsengel er plaats vond op die dag in het jaar 490. Er zijn andere versies die weten te vertellen dat de kerk die er ter ere van MichaŽl werd gebouwd, op 8 mei 493 zou zijn ingewijd.

Sindsdien wordt die berg ook wel genoemd de Monte Sant'Angelo.

MichaŽls Verschijning te Rome; 590.
Gedenkdag 25 april.

2.06 MichaŽl's verschijning te Rome
Op 25 april 590 verscheen MichaŽl te Rome om de pest die er woedde tot staan te brengen. Paus Pelagius II was op 7 februari van dat jaar gestorven. Gregorius nam zijn diensten waar (hij zou in datzelfde jaar - op 3 september - tot Pelagius' opvolger worden gekozen). "Hij beval: 'Laten alle kerkelijke bedienaren optrekken vanuit de kerk van de martelaren Cosmas en Damianus tezamen met de priesters van het zesde district. Laten alle abten met hun monniken optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Gervasius en Protasius met de priesters van het vierde district. Laten alle abdissen met al hun verzamelde zusters optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Marcellinus en Petrus tezamen met de priesters van het eerste district. Laten alle kinderen optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Johannes en Paulus tezamen met de priesters van het tweede district. Laten alle leken optrekken vanuit de kerk van de eerste martelaar Sint Stefanus tezamen met de priesters van het zevende district. Laten al de weduwen optrekken vanuit de kerk van Sint Eufemia tezamen met de priesters van het vijfde district. Laten al de gehuwde vrouwen optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaar Clemens tezamen met de priesters van het derde district. Laten we allemaal optrekken met gebeden en klaagzangen vanuit elk der aangewezen kerken om elkaar tenslotte te ontmoeten bij de kerk van de heilige Maagd Maria, de Moeder van onze Heer Jezus Christus, zodat we daar ťťn grote langgerekte smeekbede richten tot onze Heer met tranen en zuchten en op die manier de vergeving van onze zonden waardig bevonden worden.'

Toen hij uitgesproken was, riep hij alle kerkelijke bedienaren bij elkaar met de opdracht om drie dagen achtereen psalmen te zingen en om vergiffenis te vragen voor alle bedreven zonden. Om drie uur vertrokken alle koren uit hun kerk en trokken door de straten onder het zingen van Kyrie eleison (= Heer, ontferm U over ons)."

Toen de processie de brug over de Tiber naderde verscheen MichaŽl op het mausoleum van keizer Hadrianus met een vlammend zwaard in de hand. Hij stak het in de schede, alsof hij daarmee te kennen wilde geven dat het genoeg was. Sindsdien heet die burcht 'de Engelenburcht'; ze werd omgedoopt tot een MichaŽlskerk. Dit alles tekende Gregorius van Tours op uit de mond van ťťn van zijn diakens die bij dit alles zelf aanwezig was geweest [263:X.1].

Waarschijnlijk was het deze kerk waarvan de inwijding plaats vond op 29 september, de dag die tenslotte werd aangehouden als definitieve feestdag van MichaŽl en alle aartsengelen.

MichaŽls Verschijning op de Mont-St-Michel; 708
Feest 16 oktober

2.07 Legende: MichaŽl's verschijning op de Mont St-Michel
Het was in het jaar 708 (soms vindt men iets hogere of lagere jaartallen) dat Aubert, de bisschop van Avranches, een visioen kreeg waarin de aartsengel MichaŽl hem opdroeg een kapel te bouwen te zijner ere op het hoogste punt van de Berg Tombe. Zo heette deze berg voor zij naar MichaŽl werd genoemd. 'Tombe' is een verbastering van het Latijnse woord 'tumulus' wat eenvoudig 'hoogte' betekent. Hij vroeg uitdrukkelijk om verering door het volk der Franken. De precieze plek zou worden aangegeven door een stier die zich daar ergens verborgen hield. De omvang van de kerk zou moeten worden bepaald door het terrein dat door de hoeven van de stier was omgewoeld.

Bij onderzoek bleek er bovendien een bronnetje te zijn dat voordien onbekend was. Ook hier moest de bisschop bij herhaling in zijn droom toe worden aangespoord. Hij begon er pas serieus werk van te maken, toen de engel in de droom met zijn duim een duidelijke afdruk had geplaatst in het voorhoofd van Aubertus; dit litteken zou er nog gezeten hebben op het moment van zijn dood (na 709). Reeds een jaar na deze wonderlijke gebeurtenissen was het heiligdommetje klaar: het eilandje werd voortaan genoemd naar de patroon van het kapelletje. Er werden twaalf monniken aangesteld om de eredienst te verzorgen. Door een wonderbaarlijke speling van de natuur was de berg intussen gescheiden van het vasteland; als het getij zich terugtrok kwam de verbinding met het vasteland tot stand; kwam het water op, dan werd het een moeilijk bereikbaar eiland. Al heel gauw kwamen van heinde en verre pelgrims naar de Mont-St-Michel-van-de-gevaren-der-zee (Saint-Michel-au-pťril-de-la-Mer). Deze benaming gaat terug tot reeds de 10e eeuw.

In later jaren werd het oorspronkelijke kerkje vervangen door de indrukwekkende abdij die er nu nog staat. Deze werd in 966 begonnen door hertog Richard van NormandiŽ.

In de Legenda Aurea wordt deze geschiedenis als volgt verteld.
[uit: Jacobus de Voragine 'Legenda Aurea...' onder Sint MichaŽl, de Aartsengel: 29 september in de vertaling van Benz]

"MichaŽls tweede verschijning zou plaats gevonden hebben rond het jaar 710. In de plaats Tumba, vlakbij de zee en zes mijl verwijderd van de stad Aprica, verscheen Sint MichaŽl aan de bisschop van de stad en beval hem op die plek een kerk te bouwen om zijn gedachtenis in ere te houden net zoals dat gebeurde op de Monte Gargano. De bisschop stond in tweestrijd over de precieze plaats waar hij de kerk zou gaan neerzetten. Toen werd hem duidelijk gemaakt dat hij haar moest bouwen op de plek waar hij een stier zou aantreffen die door rovers verborgen werd gehouden. Maar toen wist de bisschop weer niet hoe breed de kerk moest worden. Toen werd hem bevolen dat hij haar net zo breed moest maken als hij de sporen van de stier in de grond kon terugvinden. Maar nu bleek dat er twee rotsen in de weg stonden: en geen mens was ook maar in de verste verte sterk genoeg om die even te verzetten. Toen verscheen Sint MichaŽl aan een man met het bevel naar die plek toe te gaan en de rotsen te verplaatsen. Dus ging die man er naar toe en verplaatste die rotsen alsof ze helemaal niets wogen. Toen de kerk klaar was, werd er van de Monte Gargano een deel van het pallium heengebracht dat Sint MichaŽl daar zelf over het altaar had gespreid, alsmede een stuk van het marmer waarop hij had gestaan. Nu was er nog geen water op die plek. Toen gebood de engel in de harde rotsgrond een gat te graven. Daar sprong toen zoveel water uit tevoorschijn, dat men er tot de op de dag van vandaag een rijk stromende bron kan aantreffen. En dat gebeurt allemaal dankzij Sint MichaŽl. Deze verschijning wordt gevierd op 16 oktober.

Op diezelfde plek schijnt ook nog een ander wonder gebeurd te zijn, dat de moeite van het onthouden meer dan waard is. Want deze berg is aan alle kanten omgeven door water. Maar twee maal op Sint-MichaŽls feestdag trekt de zee zich terug en geeft vrij toegang aan iedereen. Zo althans schijnt het vroeger inderdaad gebeurd te zijn. Op een keer gebeurde het, toen een grote menigte mensen de kerk binnentrok, dat er een vrouw bij was die elk ogenblik een kind kon baren. En zie, plotseling keerde het tij, en het water stroomde onder groot geraas terug. Ieder vluchtte in paniek naar het vasteland, alleen die zwangere vrouw wist zich niet in veiligheid te brengen en werd door de golven meegesleurd. Maar Sint MichaŽl zorgde ervoor dat haar niets overkwam, met als gevolg dat ze midden op zee haar kind baarde; ze nam het in haar armen en gaf het de borst. En toen de weg weer vrij kwam, kwam ze blij en gelukkig tevoorschijn met haar kind."

2.08 Verspreiding van MichaŽls verering
Reeds in de 5e eeuw had paus Leo I, bijgenaamd Leo de Grote (440-461) een kerk gewijd ter ere van de aartsengel. Dat moet gebeurd zijn op een 29e september, zodat die dag zijn kerkelijke feestdag is geworden. Sint Benedictus, de grondlegger van het West-Europese kloosterleven, had in de 5e eeuw al een klooster gesticht, in de buurt van Subiaco, dat hij genoemd had naar de aartsengel MichaŽl. Bovendien verrezen er MichaŽl-kloosters bij Napels en in Tropea, in de Zuid-Italiaanse landstreek Calabria.

De Longobarden beschouwden MichaŽl als hun beschermheilige; hun munten versierden zij met zijn beeltenis. Een medewerker van koning Aribert II, Gaudier, sticht niet ver van de Italiaanse stad Vercelli het klooster Sint-MichaŽl van Locedio. De verspreiding van MichaŽl's verering over Europa had een aanvang genomen. Aan het eind van de 6e eeuw lag er al een MichaŽl-klooster in de Zuid-Franse plaats Limoges. Halverwege de 7e eeuw kende de Spaanse stad Toledo eveneens een MichaŽl-klooster. Niet ver van de Zuid-Franse stad Clermont vestigde de heilige Cyranus (Ü 657) in de eenzaamheid een kloostertje dat later uit zou groeien tot het plaatsje St-Michel-en-Brenne. In diezelfde tijd of iets later sticht de heilige Filibert een kloostertje dat in de loop van de tijd zal uitgroeien tot het plaatsje St-Michel-en-l'Herm. Niet ver van Verdun in Noord-Oost-Frankrijk ligt de plaats Saint-Mihiel. Ook deze naam gaat terug op een voormalig klooster dat gelegen was op de Mont de Ch‚tillon; het was gesticht in het jaar 709 door een graaf Wulfoald en zijn vrouw Adalasindis. Ruim honderd jaar later verplaatste de toenmalige abt, Smaragdus, deze vestiging naar de oever van de Maas op de plek waar thans de gelijknamige plaats gelegen is.

Frankrijk hťťft iets met MichaŽl. Eigenlijk hadden we onder het hoofdstuk verschijningen van de aartsengel ook de gebeurtenissen moeten plaatsen aan het begin van de 15e eeuw. Immers volgens het getuigenis van Jeanne d'Arc (Ü 1431; feest 30 mei) was het ook de aartsengel MichaŽl die haar opriep om de koning van Frankrijk te bewegen strijd te leveren tegen de Engelsen.

Het waren vooral heiligdommen op hoogten, heuvels en bergen die aan MichaŽl werden toegewijd, soms eenvoudig onder de naam 'engel', waarmee dan MichaŽl werd bedoeld. We zagen daar al een aantal voorbeelden van. Beroemd is ook de Great Skellig - vroeger geheten Skellig Michael - voor de Ierse kust bij Kerry. De toewijding van MichaŽl zou daar teruggaan op een verschijning van de engel in de 8e eeuw. Ook rond de Stranberg bij Stuttgart zouden MichaŽl-legenden geweven zijn.

Op de Mont St-Michel kwam een benedictijner klooster. Het vormde de bestemming van vele pelgrims; daarvan getuigen nog de middeleeuwse bedevaartsinsignes en de modernere bedevaartsvaantjes. Tegenover de kust van Cornwall, Zuid-West-Engeland, ligt een rotseilandje dat naar MichaŽl is genoemd: St. Michael's Mount. Het behoorde bij de benedictijner abdij van de Mont St-Michel; het was een plek waar een monnik zich in de eenzaamheid kon terugtrekken; de kerk was zijn privťkapel.
[Bryan Little 'Abbeys and Priories in England and Wales' Londen, Batsford, 1979 ISBN 0-7134-1712-9 p:188]

Mede door de Normandische veroveringen vond MichaŽl van daaruit overal verspreiding in Engeland en Ierland.

De grote abt Columba of Columkill, de stichter van het beroemde kloostereiland Iona ten noorden van Schotland, was van Ierse afkomst. Hij zou naar Iona verbannen zijn. Dat kwam, omdat hij volgens bepaalde bronnen in zijn jonge jaren een oorlog ontketend zou hebben tussen zijn clan, de O'Donnells enerzijds en anderzijds de toenmalige koning van Groot-Ierland, die zetelde te Tara. Het liep uit op een treffen bij Culdreibhne bij Sligo. Aan de vooravond van de beslissende slag zou hij een verschijning hebben gekregen van de aartsengel MichaŽl. Deze voorspelde hem de overwinning, maar zei erbij dat hij de rest van zijn leven in ballingschap zou moeten doorbrengen. Gedurende de slag zou MichaŽl gevochten hebben aan de kant van de O'Donnells, de clan van Columba. Ze wonnen. Dit alles moet zich afgespeeld hebben in de veertiger jaren van de 6e eeuw. Na lang dralen gehoorzaamde Columba toch aan MichaŽl's woord en trok naar Caledonia, waar hij op het onherbergzame eilandje Iona een monniksgemeenschap stichtte.
[119;138]

Het zijn dan ook vooral de monniken van Ierland en Engeland die zorgden voor de verspreiding van MichaŽl's verering. Op hen zouden dan ook de legenden teruggaan die verteld worden rond de Mont St-Michel.

Zo schijnt de heilige abt Wilfrid vlak voor zijn dood, in 709, een verschijning gehad te hebben van MichaŽl zelf. Rond 722 stichtte Bonifatius een MichaŽlklooster in de Hessische plaats Amoenburg en zo'n jaar of twee, drie later het klooster Sint-MichaŽl van Ohrdruf.

Er zijn al documenten bekend uit de 7e eeuw waaruit bleek dat men voor al die hooggelegen MichaŽlheiligdommen ook graag relieken wilde hebben om te vereren. Gedurende de middeleeuwen horen we daar bij herhaling over. Uit het relaas over de Mont St-Michel kunnen we ons een beeld vormen van die relieken. Daar liet men een stuk van het altaarkleed van de Monte Gargano overkomen. Trouwens in het verslag over MichaŽls derde verschijning op de Monte Gargano in 1656 zien we, hoe de mensen opgeroepen worden een tastbare herinnering aan MichaŽl mee te nemen: in dat geval gaat het om stenen uit de rotswand, getekend met een kruis en de initialen van Sint MichaŽl. Overigens deed men hetzelfde op de Mont St-Michel; pelgrims brokkelden er steentjes van de rotswand af, liefst uit de muur van de kapel. Het verhaal gaat dat men begon te vrezen voor instorting van de gebouwen; sindsdien gaf men aan de pelgrims schelpen mee uit de zee rondom het rotseiland: een gebruik dat men afgekeken heeft van Jacobus' heiligdom te Compostela in het Noord-Westen van Spanje.

In de 11e en 12e eeuw verschenen er overal in Engeland kerken ter ere van Sint MichaŽl; doordat hij afgebeeld werd aan het hoofd van de hemelse legerscharen met vaak een geheven zwaard, herkenden de Noormannen, die zich intussen in BrittanniŽ hadden gevestigd en bekeerd waren tot het christendom, zich in zijn strijdlustige gestalte.
[Geoffrey Ashe 'King Arthur & Avalon. The story of Glastonbury' Glasgow, Collins, 1976 p:169-170]

Sint MichaŽl-kerken zijn bv. te vinden in Clive, Great Malvern, Malmesbury, Melbourne en Stanmer; de middeleeuwse kerkhistoricus Beda (Ü 735) noemt al MichaŽl als patroon van de kerkhofkapel van Hexhham. Aan het eind van de middeleeuwen beliep het aantal MichaŽl-kerken in Engeland minstens 686. Ook in Schotland was hij populair: daar stonden MichaŽlkerken in Dumfries, Dallas, South Queensferry, Mauchline, waar je een MichaŽlput hebt, Sprouston en Dailly.

De zwerfmonniken - zoals Columbanus (Ü 615), Willibrordus (Ü 739), Bonifatius (Ü 754) en vele anderen - die vanuit Ierland en Engeland over Europa uitzwermden en Christus brachten en kloosters vestigden, waar zij langskwamen, hebben aan de verspreiding van MichaŽl's verering bijgedragen. Zij namen hem mee tot aan Beieren en het Alpengebied. Van daaruit vond hij zijn weg over de hele westerse christenheid. Zo schijnt hij aan het hof van Karel de Grote (Ü 814; feest 28 januari) bijzonder geliefd geweest te zijn.

In 782 worden in de nieuwe kerk van Aniane (het tegenwoordige CornelimŁnster vlakbij Aken) een aantal nieuwe altaren gewijd; ťťn van de zijaltaren wordt een MichaŽl-altaar. In 794 worden in de nieuwe kerk van Halberstadt met veel vertoon en in gezelschap van vele kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders de nieuwe altaren gewijd: ťťn ervan wordt speciaal bestemd voor de aartsengelen MichaŽl, GabriŽl en RafaŽl en alle hemelbewoners. In de tweede helft van de 9e eeuw wordt de voormalige Mattheuskerk in Keulen een Andreaskerk, met als bijpatronen Maria en de aartsengel MichaŽl. In de loop van de 10e eeuw sticht de heilige bisschop Ansfried in het Limburgse Thorn een parochiekerkje dat hij aan MichaŽl toewijdt; vervolgens sticht hij in de nabijheid van Amersfoort klooster Hohorst, dat voor Nederlandse begrippen hoog is gelegen: vanzelfsprekend wordt ook hier MichaŽl de patroon. Zeer oud ook is MichaŽl's patronaat van de stad Zwolle en het Friese dorpje Almenum, vlakbij Harlingen. Het praemonstratenzer klooster in het Friese Bajum was vanwege zijn ligging op een terp ook naar Sint MichaŽl genoemd. Trouwens in Friesland genoot MichaŽl met name bijzondere verering, omdat de kerk der Friezen in Rome een MichaŽlkerk was.

In 1109 was in het oostkoor van de kerk te Bamberg het hoofdaltaar aan Jezus, Maria, MichaŽl en de beide Johannessen gewijd. In 1182 werd in de kerk van Schestlar aan de Isar bij MŁnchen het altaar in de linker absis toegewijd aan MichaŽl en nog enkele heiligen. Uit documenten blijkt dat de stad Utrecht in de 13e eeuw een MichaŽlkapel kende en in de grote kerk een MichaŽl-altaar had staan. Boven in de toren van de Utrechtse domkerk bevindt zich een kapel die - hoe kan het anders met zo' hoge ligging!? - aan MichaŽl is toegewijd. In 1449 werd de kerk van de Broeders des Gemenen Levens onder leiding van Geert Grote te Deventer geplaatst onder het patronaat van de Drievuldigheid en de aartsengel MichaŽl. Overigens bezat de stad Keulen in de hoge middeleeuwen nog minstens drie MichaŽlkapellen: ťťn bij de toegang tot de St-Gereonkerk, ťťn bij de St-Severin en ťťn bij de Marspoort.

MichaŽl is ook te zien op het middeleeuwse stadszegel van de Westfalense stad Werl.
In Nederland is het missiehuis te Steyl aan Sint MichaŽl toegewijd. In BelgiŽ zijn Brecht en Ieper Sint-Michielsbedevaartplaatsen.

2.09 MichaŽl als behoeder der overledenen
De Franken vereerden Sint MichaŽl als beschermheilige van de christenen in hun strijd tegen de heidenen, als de bezorger van offergaven voor Gods troon en als zielenweger en begeleider van de overledenen.

Een aanduiding daarvan vinden we in de Geschiedenis van de Franken [VI.29] door Gregorius van Tours (Ü 594). De gebeurtenis waar hij melding van maakt, moet zich hebben afgespeeld rond 580. In het klooster te Poitiers, dat onder leiding stond van de Heilige Radegondis, stierf een meisje dat Disciola heette. Zij was een nichtje van de heilige Salvius, bisschop van Albi.

"De omstandigheden van haar ziekte waren als volgt. Toen zij zich ziek begon te voelen, werd zij met grote zorg door de andere zusters verpleegd. Toen kwam de dag dat zij stervende was. Zo rond negen uur zei ze tegen de zusters: 'Ik voel me weer wat lichter in mijn lichaam dan tot nu toe. De pijn is weg. Dus maak je over mij maar geen zorgen meer, ook hoef je me niet meer zo liefdevol te verplegen. Misschien zouden jullie me nu alleen willen laten, dan kan ik wat slapen.' Toen de andere zusters dit hoorden, verlieten ze haar cel. Wat later kwamen ze weer terug en stonden naast haar bed; ze vroegen zich af of zij de kracht had om iets tegen ze te zeggen. Maar zij spreidde haar handen wijd uit alsof ze aan iemand de zegen vroeg. 'Geef mij uw zegen, heilige boodschapper van God in den hoge' fluisterde zij. 'Dit is nu al de derde keer dat u de moeite neemt om mij vandaag op te zoeken. Waarom, heilige man, hebt u zoveel over voor een arme, zwakke vrouw?' De zusters vroegen tegen wij zij praatte, maar daar gaf zij geen antwoord op. Zo ging er enige tijd voorbij; toen lachte zij hardop. Op datzelfde moment stierf zij. Een door de duivel bezeten man was juist op dat moment aangekomen om genezen te worden door de reliek van het Ware Kruis. Hij begon aan zijn haren te trekken en stortte zich op de grond. 'Hebben we daar even een verschrikkelijk verlies geleden!' schreeuwde hij. 'Wat een ramp! En dan te bedenken dat deze ziel ons is ontglipt zonder dat degenen die wij om ons heen hebben er ook maar iets tegen konden doen!' De zusters vroegen hem wat ter wereld hij bedoelde. 'Zojuist heeft de aartsengel MichaŽl de ziel van die zuster in ontvangst genomen' zei hij 'en op ditzelfde moment is hij ermee onderweg naar de hemel. Mijn eigen meester - oftewel de duivel, zoals jullie hem noemen! - had in het geheel geen enkele vat op haar.' Degenen die Disciola's lijk wasten, merkten op dat er een sneeuwwitte, heldere glans overheen lag; de abdis bleek niet in staat uit haar linnenkast een laken te halen dat witter was dan zij. Zij wikkelden haar in schoon linnen en legden haar in het graf."

2.10 MichaŽl als zielenweger
Vanaf de 12e eeuw worden de kerkportalen gesierd met afbeeldingen van het Laatste oordeel; daarbij verschijnt MichaŽl herhaaldelijk als zielenweger: om te zien of iemands goede daden opwegen tegen zijn slechte, en of de overledene dientengevolge waardig is om toegelaten te worden tot het eeuwig leven. Zo is hij o.a. te zien op de portalen van de Italiaanse stad Torcello, de Franse steden Conques en Autun en de Duitse stad Urschalling in Oberbayern. Het gegeven van de zielenweegschaal kwam al voor in de oude Egyptische godsdienst.

2.11 MichaŽl in latere liturgische gebeden
In de antifoon bij het aandragen van de offergaven werd in oude tijden gezongen: "Moge MichaŽl, de vaandeldrager hen geleiden in het heilige licht, dat U van oudsher hebt beloofd aan Abraham en zijn geslacht voor immer."
[115;300p:322]

Vanaf de 14e eeuw werd MichaŽl ingevoegd in de schuldbelijdenis aan het begin van de viering. Die tekst luidde: "Ik belijd voor de almachtige God, voor de Heilige Maria, altijd maagd, voor de Heilige aartsengel MichaŽl, voor de Heilige Johannes de Doper, voor de Heilige apostelen Petrus en Paulus en voor alle heiligen en voor u, vader (bedoeld werd de priester; de priester zelf zei op dat moment: "en voor u, broeders"), dat ik veel gezondigd heb in gedachte, woord en daad, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn overgrote schuld. Daarom vraag ik de Heilige Maria, altijd maagd, de Heilige aartsengel MichaŽl, de heilige Johannes de Doper, de Heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u vader (resp. "en u broeders") voor mij te willen bidden tot de Heer onze God." Pas sinds de wijzingen in de liturgie die doorgevoerd zijn onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie, 1970, is dit gebed vereenvoudigd, waardoor de naam van MichaŽl op die plaats is weggevallen; wel wordt er o.a. nog aan alle engelen om voorspraak gevraagd bij God.

Tot aan 1970 werd de dagelijkse misviering ook afgesloten met een gebed tot de Heilige MichaŽl: "Heilige aartsengel MichaŽl, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doe gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen." Van welke tijd dit laatste gebed stamt, is niet duidelijk, maar waarschijnlijk is het tamelijk recent.

3. MichaŽl-Aartsengel: Cultuur

3.01 Patronaten
Hij is patroon van de Katholieke Kerk, de strijdende kerk. Van oudsher is hij ook patroon van Baskenland alsmede van het Duitse volk. Vandaar dat het Duitse volk als geheel wel wordt aangeduid met 'Duitse Michel'; een goedmoedige, rechtschapen, maar ook onbeholpen en dommige personificatie van het Duitse volk. In de 19e eeuw duidde men jonge boeren aan met de benaming 'Michel' of 'oom Michel'. Een kleine greep uit de Duitse steden met een Michaeliskerk of -klooster: Bamberg, in Fulda stamt de karolingische Michaeliskerk uit de 9e eeuw, in Hildesheim uit het begin van de 11e, in Schwšbisch-Hall uit de 15e eeuw; Siegburg heeft een Michaelisabdij en een Michaelisburg; Hamburg heeft een Michaeliskerk; daarnaast ook LŁneburg (uit de 14e eeuw), MŁnchen en Passau.

In ItaliŽ noemen wij naast de genoemde kerken te Rome en op de Monte Gargano nog Lucca, Pavia en Ravenna.

Hij was ook patroon van de Franken en dientengevolge van Frankrijk; alsmede van een militaire orde, ingesteld door Lodewijk XI in 1469. Naast de reeds hierboven genoemde plaatsen, zijn tot op de dag van vandaag in Frankrijk wel meer dan honderd plaatsen en dorpen die naar St-Michel zijn genoemd. Hij is ook beschermheilige van de stad Brussel, waar de kathedraal onder zijn bescherming is geplaatst. Beroemd is in Parijs de naar hem genoemde Boulevard Saint-Michel.

In Nederland is Sint-Michielsgestel naar hem genoemd; hij wordt dan ook afgebeeld als de drager van het gemeentewapen.

Binnen onze landsgrenzen vinden we een kerk die aan MichaŽl is toegewijd in Almenum, Beek, Beek-en-Donk, Berg/Maas, Berlikum, Blokker, Breda, De-Bilt, Dennenburg, Eindhoven, Emmeloord, Enschede, Harlingen, Hazerswoude-Rijndijk, Herten, Heugem, Koudekerk-Rijndijk, Maastricht, Nes/Ameland, Oosterland/N-H, Rotterdam (sinds 1922, en sedert 1984 samen met Clemens), Schaesberg, Schalkwijk, Sittard, St-Michielsgestel, Thorn, Tuitgum=Berlikum, Wanssum, Westerblokker, Woudsend, Zuidschermer en Zwolle.

Verder is MichaŽl patroon van ridders, soldaten, wapendragers en schermers; van kooplieden, weegschaalfabrikanten en -uitbalanceerders, ijkers en apothekers (omdat deze allemaal een weegschaal gebruiken in hun beroepsuitoefening); kruideniers, graanafwegers, bakkers en banketbakkers; van handelaars in garen- en band, lakenscheerders en stoffenbereiders (omdat zij werktuigen gebruikten die veel weg hadden van zwaarden); vooral van lakenvollers, die de stof platwalsten, juist zoals MichaŽl had gedaan met de satan; van kleer- en hoedenmakers (kleermakers,omdat hij op afbeeldingen vaak een zwierige mantel draagt); van schilders en vergulders (omdat juist afbeeldingen van MichaŽl vaak werden verguld); van kuipers, houtbewerkers en werklui aan draaibanken; van glasblazers, lood- en tingieters; van vogelkooifabrikanten, omdat MichaŽl de satan ook had opgesloten! en sinds 1958 (Paus Pius XII) ook van radiotechnici en bankbedienden (omdat beide beroepsgroepen zo getrouw mogelijk boodschappen moeten doorgeven); van stervenden en arme zielen. Hij is ook beschermheilige van kerkhoven en kerkhofkapellen. Voorts wordt hij aangeroepen tegen bliksem en onweer; tegen een plotselinge dood en voor het verkrijgen van een goede dood.

In het middeleeuwse Keulen werd hij ook aangeroepen als beschermheilige tegen vijanden.

Talloze middeleeuwse ambachtsgilden hadden hem als patroon gekozen: we vonden een lijst van Belgische steden en ambachten; daarin vinden we de meest uiteenlopende beroepen, waaronder natuurlijk de hierboven genoemde waarvan MichaŽl de beschermheilige was: apothekers, barbiers, beursverkopers, bewerkt leerverkopers, blikproduktenverkopers te Dinant; boekmakers en -verkopers alsmede bontbewerkers te Namen; bonthandelaars, chirurgijns, edelstenenverkopers te Dinant; drukkers te Namen; leren emmerverkopers, feestartikelenverkopers, flessenmakers en -handelaars te Dinant; garen- en bandverkopers te Huy, Lessins, Luik, Namen en Virton; handelaars in gietijzerprodukten te Dinant; handschoenvervaardigers en -verkopers te Oudenaarde; handwerkverkopers te Dinant; hoedenmakers te Namen; kaarsenmakers te Luik en Oudenaarde; kaashandelaars te Gent; kantklossters, klokkengieters en knopenmakers te Namen; knopenverkopers en handelaars in koperprodukten te Dinant; kousenmakers te Namen; kruideniers te Bergen (Mons); lijfgoedvervaardigers te Gent; linnenfabrikanten en - handelaars te Huy; lintenmakers te Namen; verkopers van loodgietersprodukten en verkopers van loodprodukten te Dinant; mandenmakers te Namen; matrassenfabrikanten te Luik; messenverkopers, pelsverkopers, peperkoekverkopers, pottenbakkers te Dinant; pruikenmakers te Dinant en Namen; ringenverkopers te Dinant; ruitenzetters te Namen; schilderijenhandelaars te Dinant; schilders te Dinant en Namen; schortenverkopers, verkopers van staalprodukten en tapijtverkopers te Dinant; tapijtwevers te Namen; timmerlieden te Gent; toortsenmakers te Dinant; touwvlechters te Oudenaarde; vatenverkopers te Dinant; verfbereiders te Oudenaarde; verkopers van gouden en zilveren sieraden te Dinant; vetbereiders en -verkopers te Ath, Bergen, Namen en Oudenaarde; verkopers van warme voering te Dinant; wasbereiders (voor waskaarsen) te Ath en Bergen; was- en talkkaarsenmakers, wevers, zakkenverkopers en tenslotte zeefdoekverkopers eveneens te Dinant.

In de Hollandse stad Delft was MichaŽl in de late middeleeuwen patroon van het schermersgilde; in de stad Delft hadden 'de deckers en verwers' een eigen MichaŽl-altaar in de Nieuwe kerk; daarnaast was hij ook patroon van het gilde der knoop- en ballenmakers (die ballen diende o.a. voor de spelen slagbal en kolfbal).

Aan het eind van de jaren zestig van de 20e eeuw had er in de cultuur een enorme verandering plaats. Vele oude waarden en tradities hadden hun zeggingskracht verloren en werden losgelaten. In de Rooms-Katholieke Kerk waren er velen die zich daar bijzonder ongerust over maakten. In Nederland sloot een grote groep van deze verontruste gelovigen zich aaneen en noemden zich MichaŽl-legioen...!

3.02 Gebruiken
Omdat 29 september valt bij de wisseling der jaargetijden, overgang van zomer naar herfst, werden er in vroeger tijden overal MichaŽlsmarkten gehouden.

In het naar hem genoemde Schotse plaatsje Crossmichael stond ter ere van de aartsengel een kruis opgesteld. Daar omheen werd elk jaar met 'Michaelmass' (29 september dus) een kermis gehouden. In het Duitse DŁrkheimer werd op die dag een beroemde MichaŽlsmarkt gehouden, die in de volksmond beter bekend staat onder de naam Worstmarkt. In de Duitse plaats FŁrth begint in het weekend na St-Michiel een elf dagen lange MichaŽlis-kerkdienst, ter plaatse genoemd Fšrther Kšrwa (= 'FŁrther Kirchweih').

In vroeger tijden bezat het Bourgondische plaatsje Saint-Gilles een MichaŽlsbronnetje. Het water ervan bevroor nooit en genas de koorts. De bron is sinds een jaar of vijftig opgedroogd.

In 1946 publiceerden GabriŽl SMIT (rijmpjes) & Piet WORM (prentjes) een boekje over heiligen voor kinderen: ĎRoosjes uit de Hemeltuiní; Utrecht/Antwerpen, De Fontein. Het bevat ook een rijmpje voor Sint MichaŽl:
Sint MichaŽl, die onvervaard
U aan Gods zijde hebt geschaard
En als het hoofd der hemelingen
De satan machtig kon bedwingen,
Geef mij een moed, aan u gelijk,
Bij ít strijden voor Gods heerlijk rijk.

Rond zijn feestdag van 29 september zijn heel wat weerspreuken en boerenwijsheden gegroeid die met hem in verband worden gebracht:

Weerspreuk(en)
'A la Saint-Michel;
Cueille ton fruit tel quel' [300]
[Met Sint MichaŽl
pluk je je vruchten wel]

'A la Saint-Michel
La chaleur remonte au ciel' [300]
[Met Sint-Michiel
de warmte ter ziel]

'A la Saint-Michel,
regarde le ciel;
si l'ange se baigne l'aile
il pleut jusqu'ŗ NoŽl' [300]
[Is het Sint Michiel's mis
kijk dan hoe het weer is;
doopt hij zijn vleugel fris
in water: tot kerst is't mis]

'Acht dagen zonneschijn
geeft Michiel om wel te zijn' [131;213]

'Als de eikels vallen voor Sint-Michiel,
dan snijdt de winter door lijf en ziel' [213]

'Auf nassen Michaelstag,
nasser Herbst folgen mag' [213]
[Is Michielsdag nat
de hele herfst hou je dat]

'Fais ton blť noir quand tu voudras
Pour Saint-Michel tu le moudras' [300]
[Ga boekweit van de velden halen
om voor Michiel te kunnen malen]

'Heiligen engel Sinte-Michiel
bewaar mijn lijf en mijn ziel,
wil mij wekken metter spoed
niet te vroeg of niet te laat
wanneer de klok zes uren slaat' [131]

'If Michaelmas Day be fair,
the sun will shine much in Winter,
though the wind at north-east
will frequently reign long
and be very sharp and nipping' [213]
[Is Sint Michielsdag helder
dan heb je veel zon in de winter,
maar noord-oostenwind
houdt meestal heel lang aan
met zijn scherpe bijtende kou]

'If Saint-Michael brings many acorns,
Christmas will cover the fields with snow' [213]
[Brengt Michiel veel eikels mee
dan ligt het land met Kerst met sneeuw]

'Is de nacht van Sint-Michiel klaar
aan een strenge winter verwacht je maar. [131]

'Is't schoon met Sint-Egied (= 1 sept.),
tot (Sint-)Michiel regent 't niet.'

'Kommt Michael heiter und schŲn,
so wird es noch vier Wochen gehn' [213]
[Is Sint Michiel helder en mooi,
Vier weken nog draagt hij die tooi]

'Met Sint-Michiel een malse regen
komt een zachte winter tegen' [131]

'La pluie de Saint-Michel
Ne demeure jamais au ciel' [300]
[Sint Michiel's regen
verdwijnt langs hemelwegen]

'Met Sint Michiel
verdwijnt de hitte' [213]

'Michael mit Nord und Ost
deutet auf einen scharfen Frost' [213]
[Komt met Michiel wind uit oost en noord,
dan staat de vrieskou voor de poort]

'Pluie de Saint-Michel
d'un clťment hiver est prťsage' [300]
[Regen met Sint Michiel
een zachte winter voorspelt]

'Quand l'aronde voit Saint-Michel
l'hiver ne viendra qu'ŗ NoŽl' [300]
[Een zwaluw met Sint MichaŽl:
de winter wacht tot kerstmis wel]

'Quand le vent est au Nord le jour de la Saint-Michel,
le mois d'Octobre est sec' [300]
[Heb je noordenwind op Sint-Michiel
dan zal de maand oktober droog zijn]

'Sind die ZugvŲgel nach Michaelis noch hier
ist kein harter Winter vor der TŁr' [213]
[Trekt voor Michiel de vogel niet
geen winter is nog in 't verschiet]

'Sint-Michiel
draagt de winter onder zijn kiel' [131;213]

'Sint-Michiel
steekt de vier-uren-boterham op zak' [131]

'Sint Michiel steekt het licht aan,
Maria Boodschap (25 mrt) blaast het uit' [213]

'Sint-Michiel
verbiedt de strooien hoed en linnen kiel' [131]

'Toutes les pluies perdues
par Saint-Michel sont rendues.'
[Al de weggebleven regen
kom je met Michiel weer tegen]

'Trekt voor Sint Michiel de vogel niet,
geen winter is nog in't verschiet' [213]

'Vallen de eikels voor Sint-Michiel,
dan snijdt de winter door lijf en ziel.'

'Valt de regen op Sint-Michiel
dan doet de winter slecht zijne stiel. [131]

'Viel Eicheln um Michaeli,
viel Schnee um Weihnachten' [213]
[Veel eikels met Michiel,
veel sneeuw met Kerst]

'Ziehen die ZugvŲgel nicht vor Michaelis weg,
so bleibt gelinder Wetter bis Weihnachten' [213]
[Trekken de vogels voor Michiel niet weg,
dan houden we zacht weer tot Kerst]

'Zonder onweer Sint Michielse regen,
zachte winter, goede zegen' [213]

Bekend is de negro-spiritual "Michael, row the boat ashore, allelujah!" Ook deze tekst gaat wellicht terug op de oude traditie dat MichaŽl de zielen van de overledenen stond op te wachten om ze naar de veilige haven 'aan de overkant' te vervoeren...

3.3 Afbeeldingen
Hij wordt afgebeeld als engel (mens met vleugels) in ridderuitrusting, met helm, (vlammend) zwaard, lans en schild; vaak doorboort hij met zijn lans of speer de draak onder hem. Bij andere gelegenheden is hij te zien met een weegschaal waarop hij de zielen weegt.

[000ĽAgnes-Meissen:93(doodt draak); 000ĽApollinaris; 000engelen; 000; 000Ľgemeentewapen:Thorn; 000Ľkaartspel(Õ7); 000ĽOnesiforus; 000Ľsys; 101; 101a; 102ĽMichel; 103; 104; 105; 106; 107; 108; 109p:601.622(vig); 110; 111p:508-9;113; 115; 117p:14; 119p:175; 122; 126p:15; 132; 136; 138; 143p:43(Mont-St-Michel); 146; 149/2p:202.204; 149/3p:816; 151p:78; 154; 155p:143.316; 156nr:64(Gargano); 157p:7; 158p:43; 164p:60.64; 172p:29; 182; 183; 192p:65(doodtdraakweegt-zielen;?).81(overwintdraak); 193p:169; 200Ľ05.08; 200Ľ09.29; 201p:51; 213; 217p:18(verslaatdraak); 226p:297; 229; 230p:189.286; 231p:68(verslaatduivel).101(Üduivels); 234p:88.101.111(bo-re); 235; 237; 238p:209-209; 247p:132(120); 253p:33.65; 257p:97; 259; 262p:170.173; 279p:19.43.44.54.85; 291; 293p:191; 298p:56.61; 300p:321.427b; 305p:9; 307p:64; 308; 327; 331p:48.60(Vojevoda).66.76.119; 362p:39 Smy:109(M.-doodt-draak); Dries van den Akker s.j./2007.09.16]

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 24 apr 2015

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website