× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1656  Roberto de Nobili

Info afb.
Onder: Snuffelen aan een andere godsdienst

Roberto de Nobili sj, Mylapore, Madras, India; missionaris;
† 1656.

Sterfdag 16 januari.

Hij werd in 1577 geboren in de Toscaanse plaats Montepulciano. Hij was een neef van kardinaal Roberto Bellarmino († 1621; feest 17 september); daarnaast was hij ook verwant met paus Julius III († 1555). In 1597 trad hij in bij de jezuïeten te Napels. Zeven jaar later werd hij naar India gestuurd. Via Goa, waar hij in 1605 aankwam, en de vissersplaats Cochin, 1606, verhuisde hij in datzelfde jaar naar Madoera, waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen.
Zijn voorganger, Gonsalvo Fernandez, had zich het lot aangetrokken van de allerarmste en meest verachte mensen. Daarmee had hij zich vereenzelvigd met de onaanraakbare paria's en zogeheten prangui's (geminachte Europeanen, meer in het bijzonder de Portugezen). Zodoende had hij geen toegang meer tot de hoogste klasse der brahmanen. De Nobili wilde brahman met de brahmanen worden. Hij maakte zich dus los van zijn Portugese medebroeders en nam zijn intrek in een hutje in de brahmanenwijk van Madoera. Hij droeg ook geen zwarte toog meer (zwart was de kleur van een der laagste kasten!), maar hij hulde zich voortaan in het geelroze gewaad van de sannyasins, boetelingen. Hij nam hun levenswijze over en presenteerde zich als een Romeinse boeteling. Hij bestudeerde hun geschriften en maakte zich hun taal zo eigen dat zijn Indiase collega’s tenslotte bewonderend opmerkten dat hij hun taal beter beheerste dan zijzelf.
Al na drie jaar, 1609, kon hij Rome melden dat hij vijftig bekeerlingen had gemaakt. De pasgedoopten stond hij toe dat zij vasthielden aan een aantal gebruiken van hun traditie: zo liet hij ze hun haar in vlechten dragen en mochten ze het koord dat bij hun kaste hoorde, behouden. Zijn Portugese medebroeders namen hier aanstoot aan en rapporteerden dit alles naar hun oversten. In 1610 kreeg De Nobili dan ook het consigne zich van elke nieuwigheid te onthouden.
De Nobili was niet van plan zich voetstoots over te geven. Aan de deur van zijn woning had hij onderstaande verklaring bevestigd:

"De Rajah Sannyasi die de ware wet ('Satya Veda') onderwijst en onderhoudt, aan alle Sannyasis en andere inwoners van deze stad: heil, geestelijke voorspoed en zegen vanwege God.
De verdedigers van de waarheid hebben de gewoonte om een aantal mededelingen op schrift te stellen zodat ze aan iedereen duidelijk zijn en even helder als het zonlicht in de middag. Nu ik zelf een aantal mededelingen heb te doen, lijkt het mij goed me bij deze gewoonte aan te sluiten. Enkele onverantwoordelijke lieden hebben schandelijke uitspraken over mij gedaan, waaraan zelfs eerzame mensen hun goede geloof zouden kunnen schenken. Ik ga dus in alle openheid en eerlijkheid reageren op die beschuldigingen.
De wet die ik verkondig is dezelfde wet die in vroeger tijden in deze streken altijd al door andere sannyasins en heiligen is verkondigd. Als iemand zegt dat het hier gaat om de wet van de paria's of van de prangui's, begaat hij een zonde, want God is immers Heer over alle kasten, en daarom moet deze wet ook door alle kasten onderhouden worden. Geen enkele kaste staat zo hoog dat ze zich verheven mag achten boven deze wet. Juist zoals de zon zijn allerzuiverste licht verspreidt over alle kasten en al het andere op deze aarde zonder dat hij ook maar iets van zijn prachtige zuiverheid verliest, juist zo verspreidt het waarachtige geestelijke licht de weldaden van zijn heilige wet over alle mensen.
Ik weet heel goed dat er mensen zijn die het ongepast vinden dat ik als sannyasi middels dit 'olei' spreek over mijn vaderland en mijn familie. Maar omdat de leugens die over mij verteld worden een nog groter kwaad zouden kunnen aanrichten, zie ik mij wel genoodzaakt dit middel te gebruiken om u te laten weten welke wet ik aanhang, uit welk land ik afkomstig ben en tot welke familie ik behoor: zo kan ik de leugens ontmaskeren die alles waar ik voor sta zouden kunnen schaden.
Ik ben geen prangui en ik ben ook niet geboren in het land van de prangui's; en - God is mijn getuige! - ik behoor zelfs in het geheel niet tot hun ras. Als iemand kan aantonen dat ik nu lieg, zal ik me onderwerpen aan alle kastijdingen die mij op aarde gegeven zullen worden, afgezien van het feit dat ik daarmee ook verraad zou plegen aan God zelf en derhalve dubbel en dwars de straffen van de hel zou verdienen.
Ik ben geboren in Rome waar mijn familie behoort tot de maatschappelijke klasse die hier gelijkstaat met die van de edele rajah's. Van jongs af aan ben ik sannyasi geweest; ik heb studies gemaakt van de wijsheid en de geestelijke wet. Ik heb mijn vaderland verlaten, heb verschillende koninkrijken doorkruist en ben uiteindelijk hier in Madoera terecht gekomen. God zelf gaf mij het verlangen in om hier een aantal jaren te blijven en een boetvaardig leven te leiden. Als iemand mij op komt zoeken, spreken wij alleen maar over wat de ziel tot heil strekt. Ik leer hun dat er één enkele God is, in drie personen; oneindig in al zijn kwaliteiten. Hij is de schepper van de wereld. Hij heeft - om de mensen te redden - in de schoot van een altijd zuivere maagd de menselijke natuur aangenomen, dus een lichaam en een ziel. Hij heette Christus wat 'redder' betekent, en was vervuld van genade en hemelse gaven. Die heeft Hij - altijd vrij van zonde - aangewend om de mensen te redden.
Bovendien leer ik dat ieder na zijn dood al naargelang zijn verdiensten of het tegendeel daarvan van God onmiddellijk en onherroepelijk zijn beloning of straf zal ontvangen zonder dat hij op andere generaties of zielsverhuizingen hoeft te wachten. Het is dus deze heilige geestelijke wet waar dit allemaal instaat, die ik onderricht. Zij dwingt niemand zijn kaste te verloochenen of iets te doen wat in strijd is met de eer van zijn kaste. God is mijn getuige. Deze heilige geestelijke wet geldt voor alle kasten. Want de ware God is de enige rechtmatige Heer over alle kasten. Alle mensen onder welke omstandigheid of kaste ook, moeten leven volgens de geestelijke wet."
[Philippe Écrivain 'Les Missions Jésuites. Pour une plus grande gloire de Dieu', Gallimard 1991 ISBN 2-07-053128-7p:138-139]

Intussen had ook hij zijn toevlucht genomen tot de oversten in Goa en zelfs Rome. De aartsbisschop van Goa, Alexis de Menezes, en de generaal der jezuïeten, Claudius Aquaviva († 1615), gingen achter hem staan, zodat De Nobili vanaf 1616 door kon gaan met zijn activiteiten. Maar zo gauw gaven zijn tegenstanders zich niet gewonnen. Op aandringen van Lissabon gaf paus Paulus V († 1621) aan de nieuwe aartsbisschop van Goa, Cristóbal de Sá, opdracht de zaak opnieuw te onderzoeken; het was bekend dat De Sá bepaald geen vriend was van De Nobili. Op 4 februari 1619 verscheen De Nobili in gezelschap van zijn beschermheer aartsbisschop Roz van Cranganor voor De Sá en een hele verzameling wereldheren en ordeslieden, waaronder twee inquisitoren. Zelfs verklaarde tegenstanders, waaronder een van de twee inquisitoren, wist hij bij die gelegenheid te overtuigen en aan zijn kant te krijgen. Maar niet Monseigneur De Sá. De acten van dit verhoor werden naar Portugal en Rome opgestuurd. Uiteindelijk kwam paus Gregorius XV († 1623) met een apostolische constitutie, geheten 'Romanae sedis antistes' (= 'de bisschop op de Stoel van Rome'). Daarin gaf hij zijn goedkeuring, zij het met enkele beperkingen, aan de omstreden methoden van De Nobili.
Na veertig jaren van een uiterst gestreng en boetvaardig leven in dienst van zijn apostolische arbeid begonnen zijn toch al zwakke krachten het te begeven. In 1645 werd hij overgebracht naar Ceylon en vervolgens naar Mylapore. Daar sleet hij zijn laatste levensjaren waarin hij volkomen blind werd. Hij stierf op 16 januari 1656, 78 jaar oud.

Roberto de Nobili
Voor Rond Zending: 2010, april. Thema ‘Snuffelen aan een andere godsdienst’

De jezuïet Roberto de Nobili (+1656, sterfdag 6 januari) was in 1605 als missionaris naar India gezonden. Zijn voorgangers hadden als goed christen zich het lot aangetrokken van de allerarmste en meest verachte mensen, de paria’s en kastelozen. Zodoende hadden hij geen toegang meer tot de hoogste klasse der brahmanen. De Nobili wilde brahman met de brahmanen worden om hun vanuit hun eigen leer Christus te brengen. Hij nam zijn intrek in een hutje in de brahmanenwijk van Madoera. Hij droeg ook geen zwarte toog meer (zwart was de kleur van een der laagste kasten!), maar hij hulde zich voortaan in het geelroze gewaad van de sannyasins, boetelingen. Hij nam hun levenswijze over en presenteerde zich als een Romeinse boeteling. Hij bestudeerde hun geschriften en maakte zich hun taal zo eigen dat zijn Indiase collega’s tenslotte bewonderend opmerkten dat hij hun taal beter beheerste dan zijzelf.

Al na drie jaar, 1609, kon hij Rome melden dat hij vijftig bekeerlingen had gemaakt. De pasgedoopten stond hij toe dat zij vasthielden aan een aantal gebruiken van hun traditie: zo liet hij ze hun haar in vlechten dragen en mochten ze het koord dat bij hun kaste hoorde, behouden. Dat leverde hem de nodige moeilijkheden op met missionarissen die kortweg alle gebruiken van het Hindoeïsme afkeurden.

De Nobili was niet van plan zich voetstoots over te geven. Aan de deur van zijn woning had hij onderstaande verklaring bevestigd:

"Aan alle Sannyasis en andere inwoners van deze stad: heil, geestelijke voorspoed en zegen vanwege God. Enkele onverantwoordelijke lieden hebben schandelijke uitspraken over mij gedaan. Ik ga dus in alle openheid en eerlijkheid reageren op die beschuldigingen.De wet die ik verkondig is dezelfde wet die in vroeger tijden in deze streken altijd al door andere sannyasins en heiligen is verkondigd. Als iemand zegt dat het hier gaat om de wet van de paria's begaat hij een zonde, want God is immers Heer over alle kasten, en daarom moet deze wet ook door alle kasten onderhouden worden. Geen enkele kaste staat zo hoog dat ze zich verheven mag achten boven deze wet. Juist zoals de zon zijn licht verspreidt over alle kasten en al het andere op deze aarde zonder dat hij ook maar iets van zijn prachtige zuiverheid verliest, juist zo verspreidt het waarachtige geestelijke licht de weldaden van zijn heilige wet over alle mensen.

Ik heb mijn vaderland verlaten en ben uiteindelijk hier in Madoera terecht gekomen. God zelf gaf mij het verlangen in om hier een aantal jaren te blijven en een boetvaardig leven te leiden. Als iemand mij op komt zoeken, spreken wij alleen maar over wat de ziel tot heil strekt. Ik leer hun dat er één enkele God is, in drie personen; oneindig in al zijn kwaliteiten. Hij is de schepper van de wereld. Hij heeft - om de mensen te redden - in de schoot van een altijd zuivere maagd de menselijke natuur aangenomen, dus een lichaam en een ziel. Hij heette Christus wat 'redder' betekent, en was vervuld van genade en hemelse gaven. Die heeft Hij - altijd vrij van zonde - aangewend om de mensen te redden.Bovendien leer ik dat ieder na zijn dood al naargelang zijn verdiensten of het tegendeel daarvan van God onmiddellijk en onherroepelijk zijn beloning of straf zal ontvangen zonder dat hij op andere generaties of zielsverhuizingen hoeft te wachten. Het is dus deze heilige geestelijke wet die ik onderricht. Zij dwingt niemand zijn kaste te verloochenen of iets te doen wat in strijd is met de eer van zijn kaste. God is mijn getuige. Deze heilige geestelijke wet geldt voor alle kasten. Want de ware God is de enige rechtmatige Heer over alle kasten. Alle mensen onder welke omstandigheid of kaste ook, moeten leven volgens de geestelijke wet."

Op de afbeelding zien we hoe Roberto (links) zijn geloof uitlegt aan een brahmanenvriend. Op de achtergrond de beroemde Hindoetempel van Meenakshi.


Bronnen
[Ludwig Koch s.j. 'Jesuitenlexikon. Die Gesellschaft Jesu einst und jetzt' Paderborn, Bonifacius, 1934 kol:1299-1300; Dries van den Akker s.j./2007.12.24]


© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen